ECLI:NL:OGHACMB:2026:1
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in vreemdelingenprocedure
Appellant was geconfronteerd met een uitzettingsbevel van de minister van Justitie en Sociale Zaken, met een niet-toelatingsperiode van 42 maanden. Na bezwaar en beroep bij het Gerecht werd het beroep gegrond verklaard, maar het Gerecht besloot niet op het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep klaagt appellant over het nalaten van het Gerecht om op dit verzoek te beslissen. Het Hof oordeelt dat het verzoek in hoger beroep alsnog kan worden behandeld, ook al was het verzoek niet voorafgaand aan de minister kenbaar gemaakt. De minister had immers ter zitting kunnen reageren.
Het Hof stelt vast dat de bezwaar- en beroepsprocedure samen vijf jaar en vijf maanden duurden, waarbij de bezwaarprocedure bijna vier jaar in beslag nam. Dit overschrijdt de redelijke termijn ruimschoots, en de overschrijding is volledig aan de minister toe te rekenen.
Op basis van een forfaitair tarief van Afl. 500 per half jaar overschrijding, komt het Hof tot een schadevergoeding van Afl. 3.500, maar kent slechts het door appellant gevraagde bedrag van Afl. 1.500 toe. Daarnaast veroordeelt het Hof de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak van het Gerecht wordt vernietigd voor zover het niet besliste over de schadevergoeding, en de minister wordt veroordeeld tot betaling van de vergoeding en kosten.
Uitkomst: Het Hof kent appellant een immateriële schadevergoeding van Afl. 1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten en griffierecht.