Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2026:107

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
CUR2022H00157/158/159
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 3:83 BWArt. 6:227a BWArt. 6:237 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling redelijke kennisneming en onredelijk bezwarend cessieverbod in online casino algemene voorwaarden

In deze zaak staat de geldigheid van algemene voorwaarden van een online casino centraal, met name de vraag of spelers een redelijke mogelijkheid hadden om van deze voorwaarden kennis te nemen en of een beding dat cessie (overdracht van rechten) verbiedt onredelijk bezwarend is.

Het Hof verwijst naar eerdere tussenvonnissen en relevante wetgeving, waaronder de artikelen 6:233 en 6:234 BW, en de Landsverordening op de kansspelen. Het Hof constateert dat de vergunninghouder verplicht is de voorwaarden bekend te maken en dat spelers bij registratie akkoord moeten gaan met de algemene voorwaarden via een tickbox, met mogelijkheid tot inzien en opslaan.

Het Hof vraagt partijen om nadere informatie over de praktijk rond kennisneming van de voorwaarden, de geldigheid van het cessieverbod en de vraag of dit beding goederenrechtelijke werking heeft. Tevens wordt gevraagd om een onderzoeksrapport en om duidelijkheid over andere relevante bedingen. De zaak wordt aangehouden tot beantwoording van deze vragen, met een rolzitting gepland op 21 april 2026.

Uitkomst: Het Hof houdt de zaak aan voor nadere beantwoording van vragen over kennisneming en cessieverbod en plant een rolzitting op 21 april 2026.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Tussenvonnis in de zaak:
de naamloze vennootschap
USOFTGAMING N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna: Usoftgaming,
oorspronkelijk (mede)gedaagde, thans appellante en incidenteel geïntimeerde in het incidenteel appel van Parapanos,
gemachtigde: mr. T. Aardenburg,
tegen
1. geïntimeerde 1],
wonende in het [woonplaats], en
2. [ geïntimeerde 2],
wonende in het Verenigd Koninkrijk, en
3. de stichting
STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN (SBGOK),
gevestigd in Curaçao,
hierna: [geïntimeerden],
oorspronkelijk eisers, thans geïntimeerden en [geïntimeerde 2] tevens incidenteel appellant,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,

1.Verder procesverloop

1.1.
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025 en 17 juni 2025.
1.2.
Bij het Hof zijn vragen gerezen ten aanzien van de toepasselijkheid en geldigheid van de algemene voorwaarden in deze zaak en in andere zaken. Vandaag worden ook in andere zaken vragen gesteld.
1.3.
Tussenvonnis is bepaald op heden.

2.Verdere beoordeling

2.1.
Het Hof gaat ervan uit dat de vergunningsvoorwaarden voor alle vergunningshouders, voor zover relevant, dezelfde inhoud hebben. Tot de Cyberluck-vergunningsvoorwaarden (Landsbesluit van 1 oktober 1996, no. 1668/JAZ, artikel 14 leden Pro 1-2) behoren:
1. De vergunninghouder maakt de voorwaarden bekend waaronder deelname aan de door hem geëxploiteerde hazardspelen mogelijk is.
2. De vergunninghouder laat een speler niet toe dan nadat deze heeft verklaard de voorwaarden te kennen en te aanvaarden.
2.2.
De vergunninghouder is verplicht deze voorwaarden contractueel op te leggen aan de sublicenseholders (zie het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, rov. 2.18 en 3.4-3.5).
2.3.
De
Landsverordening buitengaatsehazardspelen is toepasselijk. Deze landsverordening is met ingang van 24 december 2024 opgevolgd door de
Landsverordening op de kansspelen(P.B. 2024, no. 157) (LOK). Het Hof heeft kennisgenomen van Hoofdstuk 15 (Overgangs- en slotbepalingen) LOK. De LOK is in deze zaak niet van toepassing.
Redelijke mogelijkheid kennis te nemen
2.4.
Bij het Hof zijn onder meer vragen gerezen ten aanzien van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Het Gerecht heeft geoordeeld dat er geen redelijke mogelijkheid was voor de spelers om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, zodat zij terecht door de spelers zijn vernietigd.
2.5.
De artikelen 6:233 en 6:234 BW luiden, voor zover van belang (cursivering door het Hof):
Art. 233. Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar, indien:
a. het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij, of
b. de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.
Art. 2341. (…).
2. De gebruiker heeft tevens aan de wederpartij de in artikel 233, onderdeel b, bedoelde mogelijkheid geboden, indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming
of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen,alsmede dat zij op verzoek langs elektronische weg of op andere wijze zullen worden toegezonden. Indien de voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking zijn gesteld, zijn de bedingen tevens vernietigbaar indien de gebruiker de voorwaarden niet op verzoek van de wederpartij onverwijld op zijn kosten langs elektronische weg of op andere wijze aan haar toezendt.
3. (…).
2.6.
Artikel 6:234 BW Pro is versoepeld bij de Landsverordening van 12 december 2011, P.B. 2011, no. 60. In de Memorie van Toelichting is het volgende opgemerkt:
1. Ingevolge artikel 6:233, onderdeel b, BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. De vraag wanneer een redelijke mogelijkheid wordt geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, vindt beantwoording in artikel 6:234 BW Pro. In het eerste lid, onderdeel a, wordt als hoofdregel voorop gesteld dat hieraan is voldaan indien algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst schriftelijk ter hand worden gesteld. De voordelen van het sluiten van overeenkomsten langs elektronische weg zouden echter grotendeels teniet worden gedaan indien voor of bij het sluiten van die overeenkomst de algemene voorwaarden in schriftelijke vorm ter beschikking moeten worden gesteld. Aan dit bezwaar wordt in het voorgestelde nieuwe tweede lid tegemoetgekomen.
2. Indien een overeenkomst niet langs elektronische weg wordt gesloten, is het eveneens doelmatig om de gebruiker ook indien de overeenkomst schriftelijk tot stand komt onder voorwaarden toch de bevoegdheid te geven om de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst langs elektronische weg ter beschikking te stellen. Ook diens wederpartij kan er de voorkeur aan geven om de algemene voorwaarden via e-mail te ontvangen. Zo kan voor beide partijen het langs elektronische weg ter beschikking stellen van zeer omvangrijke algemene voorwaarden aanzienlijk minder bezwaarlijk zijn. Het voorstel biedt daarom de mogelijkheid om algemene voorwaarden ook langs elektronische weg ter beschikking te stellen als de overeenkomst zelf niet langs elektronische weg tot stand komt. Bij de eis van ter beschikking stellen kan gedacht worden aan het opnemen van de integrale tekst van de algemene voorwaarden in de bijlage van een e-mail of aan het opnemen van een internetlink in een e-mail door middel waarvan de wederpartij in één klik de tekst van de op haar toepasselijke algemene voorwaarden kan raadplegen. Het enkel vermelden van het adres van een website is onvoldoende omdat de wederpartij vervolgens op die website nog moet gaan zoeken naar de op haar toepasselijke algemene voorwaarden.
3. Indien een overeenkomst niet langs elektronische weg tot stand komt, wordt in het voorgestelde derde lid voor het elektronisch ter beschikking stellen van de algemene voorwaarden als voorwaarde gesteld dat de wederpartij hiermee instemt. Dit ligt alleen al voor de hand voor het geval de wederpartij niet over een computer beschikt. Ter bescherming van de wederpartij moet de toestemming wel nadrukkelijk onder de aandacht van de wederpartij worden gebracht. Deze instemming is niet vereist voor overeenkomsten die langs elektronische weg tot stand komen. In dat geval heeft de wederpartij er immers voor gekozen om langs deze weg te contracteren. Ter verduidelijking van de tekst van artikel 6:234 BW Pro is het artikel enigszins herschreven.
2.7.
Het Hof begrijpt uit de stellingen van Usoftgaming in hoger beroep (memorie van grieven onder 2.14) dat de speler bij het aanmaken van een account (waarbij hij zich moet registreren door onder meer zijn emailadres, geslacht en geboortedatum in te vullen) een vakje (tickbox) moet aanvinken waarmee de speler akkoord gaat met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Zonder het aanvinken van de tickbox is het niet mogelijk een account te maken. Op dezelfde pagina bevindt zich ook een link waarmee de algemene voorwaarden zichtbaar worden, waarna de tekst van de voorwaarden kan worden geprint en ook kan worden opgeslagen. Tenslotte ontvangt de speler op zijn door hem opgegeven mailadres een mail, die hij vervolgens moet bevestigen.
2.8.
Het Hof vraagt partijen:
of deze procedure steeds gevolgd moest worden door de spelers, zo dat zij niet konden spelen in de onlinecasino’s als zij niet alle stappen van deze procedure doorlopen hadden;
of dit gedurende de periode waarop de vordering ziet vaste praktijk was in de onlinecasino’s waarvoor Usoftgaming verantwoordelijk is;
of deze praktijk in, voor, of na de periode waarover de vordering zich uitstrekt gewijzigd is;
of het onlinecasino al dan niet: ‘voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij … bekend gemaakt heeft waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’ (artikel 6:234 lid Pro 2, gecursiveerde bepaling, BW);
of de wettelijke eis van het ‘door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming’ (eerste in de wettekst genoemde situatie), wel geldt omdat in dit geval de tweede in de wettekst genoemde situatie (gecursiveerd door het Hof) van toepassing lijkt te zijn;
of artikel 6:227a BW van toepassing is in deze zaak of dat het regiem van de algemene voorwaarden een apart regiem is met eigen beschermende regels;
of de algemene voorwaarden, zoals door de speler aangeklikt, voortdurend op de website door de speler geraadpleegd kunnen worden?
2.9.
Het Hof wil van Usoftgaming een hard copy ontvangen van het onderzoeksrapport van Zvulony.
Onredelijk bezwarend
2.10.
Als de algemene voorwaarden in dit opzicht geldig zijn, rijst nog de vraag of een beding uit de algemene voorwaarden vernietigbaar is omdat ‘het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij’ (artikel 6:233 aanhef Pro en onder a BW).
2.11.
Partijen dienen zich uit te laten over de vraag of het verbod van cessie (overdracht) in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Daarbij neemt het Hof het volgende tot uitgangspunt.
2.12.
Het verbod staat niet op de ‘grijze lijst’ van artikel 6:237 BW Pro, zodat de bewijslast op de spelers rust. Met betrekking tot de vraag in welke omstandigheden een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in strijd met de redelijkheid en billijkheid wordt veroorzaakt, dient te worden nagegaan of de gebruiker redelijkerwijs ervan kon uitgaan dat de spelers een dergelijk beding zouden aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld (vergelijk HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1830 (
ABN/SDB), rov 3.2.3 en HR 23 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:820, rov. 3.1.2).
2.13.
Het beding in de algemene voorwaarden luidt (productie 1 bij conclusie van antwoord, na 11.3):
TRANSFER
The player may not transfer any of their rights under these Terms and Conditions to any other person. The Operator may transfer its rights under these Terms and Conditions to another business where the Operator reasonably believes that the Player’s rights will not be affected.
2.14.
De op 24 december 2024 in werking getreden
Landsverordening op de kansspelen(LOK) bepaalt in artikel 1.3:
Het is een deelnemer verboden:
(…)
c. om zijn vordering op een houder van een kansspelvergunning onder welke titel dan ook te verkopen, schenken, verhuren, leasen, belenen of te verpanden.
2.15.
De Memorie van Toelichting (
Staten van Curaçao, zittingsjaar 2023 - 2024-215, nr. 3, p. 26) vermeldt:
Met onderdeel c wordt met name beoogd witwassen door middel van handel in vorderingen van deelnemers te voorkomen.
2.16.
Maar de LOK is, zoals reeds overwogen (rov. 2.3) in de onderhavige zaak niet van toepassing.
Goederenrechtelijk overdraagbaarheidsbeding
2.17.
Indien het beding niet kennelijk onredelijk is en dus geldig, rijst de vraag – [geïntimeerde] attenderen daarop – of wel sprake is van een goederenrechtelijk overdraagbaarheidsbeding. Zie laatstelijk HR 1 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:984 (
Rabobank/Ten Berge q.q.)
4.3.1
Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn overdraagbaar, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet (art. 3:83 lid 1 BW Pro). De overdraagbaarheid van vorderingsrechten kan ook door een beding tussen schuldeiser en schuldenaar worden uitgesloten (art. 3:83 lid 2 BW Pro).
4.3.2
Om te beoordelen of een beding dat de overdracht van een vorderingsrecht verbiedt goederenrechtelijke werking heeft, dient het te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltexmaatstaf. Daarbij moet tot uitgangspunt worden genomen dat het uitsluitend verbintenisrechtelijke werking heeft, tenzij uit de – naar objectieve maatstaven uit te leggen – formulering ervan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW Pro is beoogd [met noot.3: HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682 (
Coface / Intergamma), rov. 3.4.2].
2.18.
R.o. 3.4.2 van HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682 (
Coface / Intergamma), waarnaar in noot 3 is verwezen, luidt:
3.4.2
Een beding als het onderhavige, dat naar zijn aard mede is bestemd om de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van de contracterende partijen niet kennen, en dat ertoe strekt hun rechtspositie op uniforme wijze te regelen, dient te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltex-maatstaf (zie HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493). Als uitgangspunt bij de uitleg van bedingen die de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht uitsluiten, moet worden aangenomen dat zij uitsluitend verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij uit de — naar objectieve maatstaven uit te leggen — formulering daarvan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW Pro is beoogd.
2.19.
Partijen dienen zich uit te laten of sprake is van een goederenrechtelijk overdraagbaarheidsbeding. Usoftgaming draagt de bewijslast van haar stelling dat het beding goederenrechtelijke werking heeft.
2.20.
Als het beding goederenrechtelijke werking heeft, is SBGOK niet-ontvankelijk.
2.21.
Als het beding slechts obligatoire werking heeft, is de cessie geldig maar plegen de spelers die gecedeerd hebben wanprestatie. Wat is daarvan het effect? Partijen dienen zich daarover uit te laten.
2.22.
Het Hof wil dat SBGOK ingevolge artikel 3:94 lid 4 BW Pro per speler/vervreemder een door deze gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel overlegt.
Andere bedingen
2.23.
Ook van andere in deze zaak relevante bedingen kunnen de spelers desgewenst gemotiveerd aanvoeren dat zij onredelijk bezwarend zijn.
2.24.
Het Hof wil dat een sublicenceholder of een vergunninghouder duidelijk noemt de bedingen uit de algemene voorwaarden die golden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst (eventueel via ‘way back’ terug te halen) waarop beroep gedaan wordt, met duidelijke vindplaats.
Besluit
2.25.
Partijen krijgen de gelegenheid gelijktijdig bij akte bovenstaande vragen te beantwoorden en eventuele opmerkingen te maken. Meteen peremptoir (P3) omdat het Hof de vele in hoger beroep aanhangige onlinegamingzaken zoveel mogelijk bij elkaar wil houden.
2.26.
Daarna krijgen partijen de gelegenheid voor een antwoordakte (ook meteen P3).
2.27.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.Beslissing

Het Hof:
- verwijst de zaken naar de rol van 21 april 2026 voor het gelijktijdig nemen van de in rov. 2.25 bedoelde akte (P3);
- bepaalt dat op 26 mei 2026 gelegenheid is voor gelijktijdige antwoordaktes (P3);
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.