ECLI:NL:OGHACMB:2026:157
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- C.J.H.G. Bronzwaer
- E.M. van der Bunt
- E.W.A. Vonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding investeringen in woning bij beëindiging informele samenleving
Partijen hebben vanaf 2003 samengewoond en een samenlevingsovereenkomst (SLO) gesloten waarin Nederlands recht van toepassing is verklaard. Na beëindiging van de samenleving vordert de man vergoeding voor investeringen die hij in de woning van de vrouw heeft gedaan.
De rechtbank kende hem een deel van de gevorderde vergoeding toe op basis van het recht van Curaçao. In hoger beroep oordeelt het Hof dat Nederlands recht van toepassing is en dat de SLO geen vergoedingsrecht voor verbouwingen bevat. De man heeft onvoldoende concrete feiten gesteld om een stilzwijgende afspraak aan te nemen.
Daarnaast is de vordering gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking verjaard, omdat de investeringen in 2004 en 2014 zijn gedaan en de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt. Het Hof wijst de vordering af en compenseert de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de man tot vergoeding van investeringen in de woning wordt afgewezen wegens verjaring en gebrek aan grondslag in de samenlevingsovereenkomst.