Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2026:158

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
CUR2024H00153, CUR2024H00154 CUR2024H00156
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:13 BWArt. 6:258 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging en vernietiging vonnis inzake leningsovereenkomst met internationale aspecten en garantieverplichtingen

In deze zaak staat de opeising van een lening centraal, waarbij VMSC, Venequip en Solidus (de garantstellers) tegenover Cat Crédito staan. VMSC werd door het Gerecht veroordeeld tot terugbetaling van een groot deel van de lening, terwijl de garantstellers tot een lager bedrag werden veroordeeld. In hoger beroep heeft het Hof de vorderingen en verweren opnieuw beoordeeld.

Het Hof oordeelt dat VMSC in verzuim was bij de opeising van de lening en dat haar beroep op overmacht en onvoorziene omstandigheden faalt, mede gezien de politieke en economische situatie in Venezuela die al lang bekend was. Ook het beroep op matiging van de boeterente wordt verworpen. De garantieverplichtingen van Venequip en Solidus blijven bestaan, omdat de VMSC-lening een voortzetting is van de bestaande kredietrelatie en geen novatie betreft.

Het Hof vernietigt het vonnis tegen de garantstellers en veroordeelt hen hoofdelijk tot betaling van het bedrag van de lening minus de ontvangen uitkeringen uit politieke risicoverzekeringen. De kostenveroordelingen worden bevestigd en de proceskosten worden verdeeld zoals in het vonnis vermeld.

Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis tegen VMSC en veroordeelt Venequip en Solidus hoofdelijk tot betaling minus ontvangen PRI-uitkeringen.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: CUR202200913– CUR2024H00153, CUR2024H00154 CUR2024H00156
Uitspraak: 16 juni 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak met nummer CUR2024H00156 van:
de naamloze vennootschap
VMSC CURAZAO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel en N.R.V. Soeltaansingh,
tegen
de rechtspersoon naar het recht van Mexico
CATERPILLAR CRÉDITO, SOCIEDAD ANÓNIMA DE CAPITAL VARIABLE, SOCIEDAD FINANCIERA DE OBJETO MÚLTIPLE E.R.,
gevestigd in Mexico,
in eerste aanleg eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
thans geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. M. Malycha, C.A. Janssen en H.M. Weijand
en in de zaken met nummers CUR2024H00153 en CUR2024H00154 van :
1. de vennootschap naar het recht van Venezuela
VENEQUIP S.A.,
gevestigd in Venezuela,
oorspronkelijk gedaagde,
thans appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. S.J.C. Anthonio,
2. de vennootschap naar het recht van Barbados
SOLIDUS INVESTMENTS S.A.,
gevestigd in Venezuela,
oorspronkelijk gedaagde,
thans appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. U. van Bemmelen,
tegen
de rechtspersoon naar het recht van Mexico
CATERPILLAR CRÉDITO, SOCIEDAD ANÓNIMA DE CAPITAL VARIABLE, SOCIEDAD FINANCIERA DE OBJETO MÚLTIPLE E.R.,
gevestigd in Mexico,
in eerste aanleg eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
thans geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. M. Malycha, C.A. Janssen en H.M. Weijand.
Partijen worden hierna genoemd: VMSC, Venequip en Solidus (deze laatste twee gezamenlijk ook: de garantstellers) respectievelijk Cat Crédito.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om opeising van een lening. De schuldenaar verweert zich daartegen onder meer omdat hij niet in verzuim zou zijn, zijn verplichtingen mocht opschorten dan wel omdat sprake is van overmacht en/of onvoorziene omstandigheden. In reconventie vraagt de schuldenaar een verklaring voor recht dat de leningovereenkomst is ontbonden. Ook de garantstellers zijn in deze procedure betrokken. Zij stellen dat zij niet kunnen worden aangesproken omdat de lening reeds teniet is gegaan. In eerste instantie is de schuldenaar veroordeeld tot terugbetaling van (een groot deel van) de lening. Ook de garantstellers zijn veroordeeld tot betaling, maar tot een lager bedrag. Het Hof beoordeelt de vorderingen en verweren in hoger beroep opnieuw.

1.Het verloop van de procedure

In de zaak met nummer CUR2024H00156
1.1
Bij op 24 juni 2024 ingekomen akte van appel is VMSC in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 13 mei 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).
1.2
Bij op diezelfde datum ingekomen memorie van grieven tevens wijziging van eis (in reconventie), met producties, heeft VMSC vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, haar gewijzigde vordering alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Cat Crédito in de proceskosten in beide instanties, met nakosten en vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
1.3
Bij op 20 september 2024 ingekomen memorie van antwoord in het principaal appel en memorie van grieven in het incidenteel appel (voor zover vereist), met producties, heeft Cat Crédito de grieven bestreden. Haar conclusie strekt (in principaal hoger beroep) tot bevestiging van het bestreden vonnis en (in incidenteel hoger beroep) tot toewijzing van haar gewijzigde vorderingen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van VMSC in de proceskosten in beide instanties, met de wettelijke rente daarover wanneer betaling binnen twee weken uitblijft.
1.4
Op 15 november 2024 heeft VMSC een memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep genomen, met producties. VMSC concludeert daarin tot afwijzing van het incidenteel hoger beroep met veroordeling van Cat Crédito, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten ervan.
In de zaken met nummers CUR2024H00153 en CUR2024H00154
1.5
Venequip en Solidus zijn bij aktes, ingekomen op 24 juni 2024, ieder afzonderlijk in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 13 mei 2024 uitgesproken vonnis.
1.6
Bij op 5 augustus 2024 ingekomen gezamenlijk genomen memorie van grieven, met producties, hebben Venequip en Solidus vier grieven opgeworpen en geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot terugbetaling van hetgeen Venequip en Solidus ter voldoening aan dat vonnis hebben betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling en met veroordeling van Cat Crédito in de kosten van beide instanties, met rente en nakosten.
1.7
Bij op 11 oktober 2024 ingekomen memorie van antwoord in het principaal appel en memorie van grieven in het incidenteel appel, met producties, heeft Cat Crédito de grieven bestreden. Haar conclusie strekt (in principaal hoger beroep) tot bevestiging van het bestreden vonnis en (in incidenteel hoger beroep) tot vernietiging uitsluitend voor wat betreft het dictum onder 5.8 en tot toewijzing van haar gehele vordering.
1.8
Venequip en Solidus hebben geen memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep ingediend.
In alle zaken
1.9
Op 3 februari 2025 is in alle zaken gezamenlijk mondeling pleidooi gehouden. De gemachtigden van de partijen hebben allen aan de hand van pleitnotities het woord gevoerd. Voorafgaand aan de pleidooien hebben alle partijen nog aanvullende producties overgelegd. VMSC bij aktes van 17 september 2025 (producties 24-29), 24 november 2025 (producties 30-31) en 26 januari 2026 (producties 32-37). Venequip en Solidus bij aktes van 26 september 2025 (producties 12-13), 26 januari 2026 (productie 14-19) en 30 januari 2026 (productie 20) en Cat Crédito bij twee aktes van 26 januari 2026 (producties 51-57c en productie 59) en een akte van 30 januari 2026 (productie 58).
1.1
Vonnis is (nader) bepaald op vandaag.

2.De feiten

Het Hof gaat grotendeels uit van dezelfde feiten als waar het Gerecht van uit is gegaan, te weten:
2.1
Cat Crédito is onderdeel van de Caterpillar Groep en verleent financiering en
steun aan dealers en klanten daarvan.
2.2
VMSC is evenals Venequip en Solidus onderdeel van de Venequip Groep.
Venequip is de handelsentiteit van die groep en zij is op basis van een
distributieovereenkomst met het Zwitserse Caterpillar SARL een erkende dealer van
Caterpillar machines en onderdelen.
2.3
In 2007 hebben Cat Crédito en VMSC een leningsovereenkomst gesloten
voor een bedrag van USD 4.869.299,53 (hierna: de Oorspronkelijke
Leningsovereenkomst). In de overeenkomst is bepaald dat het krediet loopt tot
31 juli 2007. Verder is daarin bepaald dat het krediet is bestemd voor de
verhuurvloot en het werkkapitaal.
2.4
De verplichtingen van VMSC onder de Oorspronkelijke
Leningsovereenkomst zijn zeker gesteld door een zakelijke garantie (hierna de
Garantie), tussen Cat Crédito enerzijds en Venequip, Solidus (destijds genaamd Venequip S.A. Ltd) en Venequip Machinery Sales Corporation (VMSC Miami) anderzijds.
2.5
In overweging II van de Garantie is bepaald:
To secure payment of each and every present and future obligation arising from
the Loan Agreement, and by virtue of also benefitting from the Loan provided to
Borrower, Guarantors provide a guarantee in favor of Caterpillar.
2.6
De in de Garantie genoemde garantstellers hebben onder meer gegarandeerd:
(g) under the terms hereof, their intention is to secure, without limitation,
jointly and severally, and irrevocably, the full and timely payment of all of
Borrower's present or future obligations under the Loan Agreement and the
promissory notes or instruments documenting the loan provisions, whether
such payment is for principal, interest, fees, expenses, or of any other nature,
including but not limited to any obligations arising from current or future
provisions under the Loan Agreement.
2.7
De Garantie bevat verder onder meer de volgende clausules:
ONE. Guarantee. Guarantors [...] secure in favor of Caterpillar the full and
timely performance of all Secured Obligations [...]
THREE. Survival of Guarantee; Modification of Secured Obligations. To the
extent allowed under applicable law, this Guarantee shall remain in force
regardless of whether Caterpillar engages in any of the following activities:
  • a)
  • b)
or does not demand performance of the Secured Obligations;
SIX. Term of this Guarantee. This Guarantee shall remain in full force and effect until all Secured Obligations have been fully performed and paid.
2.8
Op 7 juni 2012 heeft een wijziging van de Oorspronkelijke Leningsovereenkomst
plaatsgevonden (Eerste Wijzigingsovereenkomst). Het oorspronkelijke krediet is in
deze overeenkomst verhoogd naar USD 55 miljoen en het einde van de looptijd is
bepaald op 30 november 2012. Verder is vermeld dat het krediet is bestemd voor de
verhuurvloot en de inventaris.
2.9
De tweede wijziging vond plaats op 19 juni 2012 (Tweede
Wijzigingsovereenkomst). Daarin is bepaald dat het oorspronkelijke krediet wordt
verhoogd naar USD 68 miljoen.
2.1
Op 27 november 2013 heeft VMSC ten gunste van Cat Crédito een promesse
afgegeven voor een bedrag van USD 99.302.153,47 (hierna: de Promissory Note).
2.11
Cat Crédito en VMSC hebben op 13 oktober 2015 opnieuw een
leningsovereenkomst gesloten (VMSC-lening). Op dat moment was VMSC uit
hoofde van de bestaande leningsovereenkomst ruim USD 55 miljoen aan Cat
Crédito verschuldigd. In de VMSC-lening is onder meer het volgende bepaald:
ONELine of Credit. Caterpillar provides to Borrower an unsecured loan up to
the amount of USD 110,000,000.00 [...]
TWO Loan Drawdown and Use. Drawdown of the Loan shall occur in a single
disbursement [...]
[...]
Borrower shall use the Loan for payment of outstanding liabilities as of the date
of signature of this agreement.
[...]
NINE.Borrower's Obligations. Until all amounts owed by Borrower pursuant
to the Loan Agreement {...] are paid in full, Borrower shall, unless Caterpillar
agrees otherwise in writing:
(a) provide to Caterpillar within 45 (forty-five) days following the end of every
quarter of its fiscal years, Borrower's internal quarterly financial
statements that include the balance income statement, origin and
application of funds statement, including income and expenditures prior to
profit distribution,
(b) provide Borrower's annual financial statements audited by an independent
auditor acceptable to Caterpillar, within 120 (one hundred twenty) days
following the close of Borrower's financial year and/or when Caterpillar
requests them;
[...]
(j) not take part in any transaction with subsidiaries, affiliates, or
shareholders, except for transactions in the ordinary course of business,
provided that these are under conditions that are no less favorable to
Borrower in comparison with similar market transactions with persons or
entities that are not Borrower's subsidiaries, affiliates, or shareholders;
[...]
(o) not form or acquire subsidiaries or affiliates, nor shall it transfer its
material assets to any subsidiary or affiliate.
[...]
TWENTY. (Aforementioned) Documents. This Loan Agreement, together with
all of the documents indicated in the representation section of this Loan
Agreement, constitute the entire understanding between Caterpillar and
Borrower with respect to the matters stipulated in this Loan Agreement and in
the documents specified in de Loan Agreement, and replaces all contracts,
amendments, and any other prior understanding, whether written or oral,
between Caterpillar and Borrower with respect to the matters stipulated in this
Loan Agreement and in the aforementioned documents.
2.12
In de ‘representation section’ van de VMSC-lening worden de
Oorspronkelijke Leningsovereenkomst, de Eerste Wijzigingsovereenkomst, de
Tweede Wijzigingsovereenkomst en de Promissory Note genoemd.
2.13
Het bedrag van USD 110 miljoen omvat, naast de bestaande schuld van
VMSC aan Cat Crédito van ruim USD 55 miljoen, een schuld van VMSC Miami aan
Cat Crédito van USD 36 miljoen en een schuld van USD 18 miljoen van VMSC aan
andere entiteiten van de Caterpillar Groep.
2.14
Als bijlage (Exhibit A) bij de VMSC-lening is een promissory note van 13 oktober 2015 gevoegd (de VMSC Promissory Note). Hierin is bepaald dat de lening moet worden terugbetaald volgens een schema van betalingsdata en rentebetalingsdata en dat wanneer een hoofdsom of rente niet onmiddellijk wordt betaald, het totale bedrag van de verschuldigde hoofdsom en rente onmiddellijk opeisbaar is.
2.15
De wijzigingsovereenkomsten en de VMSC-lening zijn niet mede door Venequip en Solidus getekend.
2.16
Op 11 oktober 2016 hebben Cat Crédito en VMSC een
wijzigingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de VMSC-lening. Daarin zijn
partijen onder meer een aflossingsvrije periode
(grace period)van twaalf maanden overeengekomen, waarbij de opgelopen rente op 1 februari 2017 en 1 augustus 2017 moest worden betaald en de maandelijkse termijnen bestaande uit hoofdsom en rente per 1 september 2017 moesten worden hervat.
2.17
Ook is op dat moment door VMSC een vordering van haar op PdVSA
overgedragen aan Cat Crédito. De in dat kader door Cat Crédito ontvangen
bedragen zijn aangewend voor de betaling op de VMSC-lening.
2.18
In de aflossingsvrije periode zijn door VMSC betalingen verricht die de
verschuldigde rentebedragen per februari 2017 en augustus 2017 overstijgen.
2.19
De maandelijkse termijn van september 2017 is te laat betaald. Vanaf oktober 2017 zijn de maandelijkse termijnen onbetaald gebleven.
2.2
Bij brief van 15 december 2017 heeft Cat Crédito VMSC gewezen op de
betalingsachterstand en haar gesommeerd deze binnen tien
dagen (vóór 26 december 2017) te betalen bij gebreke waarvan het gehele onbetaalde saldo opeisbaar zou worden. Dit heeft niet geleid tot enige betaling van VMSC.
2.21
Op 26 december 2017 respectievelijk 27 december 2017 heeft (een advocaat namens) Cat Crédito Venequip en Solidus in kennis gesteld van de tekortkoming van VMSC en hen aansprakelijk gesteld voor de betaling van het geheel van de op dat moment uitstaande bedragen onder de VMSC-lening.
2.22
Cat Crédito heeft met betrekking tot de VMSC-lening twee politieke
risicoverzekeringspolissen afgesloten (hierna: PRI-polissen).
2.23
De distributieovereenkomst tussen Venequip en Caterpillar SARL is in maart
2019 door Caterpillar SARL opgezegd.

3.De vordering en de beslissing van het Gerecht

3.1
Cat Crédito heeft gevorderd dat het Gerecht:
a. a) VMSC tezamen met Solidus en Venequip hoofdelijk veroordeelt tot betaling
aan Cat Crédito van USD 72.921.432,80, vermeerderd met vertragingsrente,
berekend vanaf 15 december 2017 tegen het overeengekomen tarief van
17,4% per jaar, tot de datum van algehele voldoening,
b) VMSC beveelt om binnen één maand na de dag van de uitspraak aan Cat
Crédito kopieën te verstrekken van haar interne driemaandelijkse financiële
overzichten en gecontroleerde financiële overzichten van 2018 tot heden,
zoals bepaald in de VMSC-lening en haar beveelt deze overzichten te blijven
verstrekken in overeenstemming met artikel 9(a) en 9(b) van de VMSC-lening, totdat de lening volledig is afgelost met inbegrip van betaling van
rente en kosten, op straffe van een dwangsom van USD 10.000 per dag
waarop VMSC in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen,
c) bepaalt dat VMSC, door de aandelen in Solidus over te dragen aan Capellier,
de artikelen 9(j) en 9(o) van de VMSC-lening heeft geschonden,
d) VMSC tezamen met Solidus en Venequip hoofdelijk veroordeelt in de
proceskosten.
3.2
VMSC heeft in reconventie gevorderd dat het Gerecht:
a. a) bepaalt dat VMSC van haar verbintenissen jegens Cat Crédito is bevrijd,
althans onder de voorwaarde dat de distributierelatie tussen Caterpillar
enerzijds en VMSC en met de haar verbonden onderneming anderzijds niet
binnen drie maanden na vonnis hersteld wordt;
b) voor recht verklaart dat Cat Crédito jegens VMSC aansprakelijk is voor de
door haar geleden schade;
c) Cat Crédito veroordeelt in de proceskosten.
3.3
Bij vonnis van 13 mei 2024 heeft het Gerecht in conventie de vorderingen tegen VMSC grotendeels toegewezen, en deels ook tegen Venequip en Solidus. Het Gerecht heeft de vorderingen van VMSC in reconventie afgewezen. Het Gerecht heeft hiertoe overwogen, samengevat weergegeven en voor zover van belang in hoger beroep:
over de vordering tegen VMSC:
* de vernietigingsgrond van artikel 2:13 BW Pro (overeenkomst in strijd met doelomschrijving) doet zich niet voor (r.ov 4.2-4.7) en bovendien
* is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat VMSC daarop thans nog een beroep doet (r.ov 4.8)
* ten tijde van de opeising van de lening door Cat Crédito was VMSC in verzuim (r.ov 4.9-4.10)
* van een tekortkoming of verzuim van Cat Crédito was geen sprake, VMSC mocht niet opschorten of ontbinden (r.ov 4.11)
en over de vorderingen tegen Venequip en Solidus:
* de garantie is niet tenietgegaan, er is geen sprake van novatie (r.ov 4.13-4.16)
* de reikwijdte van de garantie is beperkt tot USD 55 miljoen (r.ov 4.17-4.19)
* de uit (een schikking met de verzekeraars over de) PRI-polissen ontvangen betalingen dienen in mindering te komen op het toe te wijzen bedrag (r.ov 4.21).

4.De beoordeling in het hoger beroep

In de zaak met nummer CUR2024H00156
In het principaal hoger beroep
4.1
VMSC heeft vijf grieven aangevoerd, waarmee zij opkomt tegen de verwerping van haar verweren door het Gerecht. Bij akte van 17 september 2025 heeft VMSC haar verweer uitgebreid met een beroep op overmacht en onvoorziene omstandigheden. Ook heeft zij nog een beroep op matiging van de boeterente gedaan. Het Hof zal de verweren, die gedeeltelijk pas in een laat stadium zijn gevoerd hieronder bespreken. Cat Crédito heeft daarop bij pleidooi kunnen reageren en heeft dat ook gedaan. De conclusie zal zijn dat geen van de verweren opgaat.
VMSC was in verzuim
4.2
Volgens VMSC was zij op het moment van de sommatie van 15 december 2017 niet in verzuim met de betalingen, maar had zij zelfs meer betaald dan zij op dat moment was verschuldigd. Haar standpunt is dat het meerdere moest worden toegerekend aan de maandelijkse termijnen waarvan zij de betaling na de
grace periodvan twaalf maanden in september 2017 moest hervatten.
Zij voert aan dat zij eind 2016 een geldbedrag ter beschikking kreeg dat zij, zo staat tussen partijen vast, heeft betaald aan Cat Crédito ter aflossing op de VMSC-lening. Daarmee had zij meer betaald dan zij op dat moment volgens de gemaakte afspraken (hiervoor weergegeven in 2.16-2.18) was verschuldigd. VMSC heeft in de procedure bij het Gerecht een betaalschema overgelegd (als productie 22 bij akte van 15 april 2024):
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft VMSC aan de hand van dit betaalschema uitgelegd hoe die gelden volgens haar aan de openstaande bedragen hadden moeten worden toegerekend. Volgens VMSC moesten die betalingen namelijk eerst worden toegerekend aan de openstaande pago mensual (aflossing op hoofdsom en betaling van rente) en niet, zoals Cat Crédito betoogt, alleen aan de hoofdsom. De uitleg van VMSC bij het schema in productie 22 begrijpt het Hof als volgt. Er was een
grace periodafgesproken waarin VMSC geen maandelijkse aflossingen hoefde te betalen. Daarom is de 6e kolom van het betaalschema met de aanduiding ‘pago mensual’ tot en met augustus 2017 open gelaten en is het bedrag in de 3e kolom ‘saldo inicial’ in die periode onveranderd gebleven. Dat betekent volgens VMSC dat de betaling die eind 2016 is gedaan in feite een vooruitbetaling is geweest voor de maandelijkse termijnbetalingen die zij vanaf september 2017 weer diende te hervatten. Dat betekent dat zij de termijnbetalingen van oktober 2017 tot en met december 2017 – terwijl zij in die maanden naar vast staat geen betalingen heeft verricht – door vooruitbetaling had voldaan toen Cat Crédito de lening opeiste. Daarom was zij op dat moment niet in verzuim en is het juist Cat Crédito die in verzuim is gekomen door ten onrechte over te gaan tot opeising. Op grond daarvan heeft VMSC op 15 april 2024 de Leningovereenkomst ontbonden.
4.3
Cat Crédito heeft dit verweer van VMSC gemotiveerd bestreden. Zij betwist de door VMSC gestelde afspraak. Volgens Cat Crédito is productie 22 opgesteld naar aanleiding van een voorstel van VMSC tijdens onderhandelingen in mei 2016, maar die onderhandelingen hebben niet geleid tot een afspraak tussen partijen dat het door VMSC betaalde bedrag als vooruitbetaling van de maandelijkse termijnen kon worden aangewend. Integendeel: de betaling strekte juist tot aflossing van alleen de hoofdsom, omdat VMSC een lagere rente wilde. Dat blijkt volgens Cat Crédito uit de uitvoerige e-mailcorrespondentie waarnaar zij verwijst.
4.4
Zij verwijst onder meer naar de e-mail van 24 juni 2016 (productie 39 van Cat Crédito) van [PERSOONSNAAM 1] van Caterpillar aan [PERSOONSNAAM 2] en [PERSOONSNAAM 3] van VMSC waaruit blijkt dat niet met dat voorstel is ingestemd. In die e-mail staat onder meer:
‘…we are in a position to respond to your proposal and to make a counter-proposal on a modification of the terms of our existing loan agreement (…) 3. CFCS agrees that any future pre-payments from Venequip, including any payments received from PDVSA as part of the assignment, will be applied to Venequip’s principal balance under the Loan Agreement with no pre-payment penalty 4. The tenor of the current loan will remain the same and will expire in October 2020. Regular payments of principal and interest will resume om July 1, 2017.’ (Hof: later is dit opgeschoven naar 1 september 2017).
In een mail van [PERSOONSNAAM 1] van 14 juli 2016 (productie 40 van Cat Crédito) is dat voorstel herhaald met de volgende toevoeging:
‘5. The first and third quarterly PDVSA payment shall be applied towards principal and no pre-payment penalty shall apply. The second and fourth quarterly PDVSA payments shall be applied to CFSC’s accrued interest and the towards principal. The application of fifth and final PDVS payment shall be applied to the terms of the Loan agreement.’
Namens VMSC is [PERSOONSNAAM 2] hiermee akkoord gegaan, zo blijkt onder meer uit een interne mail van [PERSOONSNAAM 1] aan collega’s van Cat Crédito. Vervolgens blijkt uit een schema van VMSC (bij de mail van [PERSOONSNAAM 3] van 12 juli 2017, productie 45 p.5 van Cat Crédito) dat het saldo van de hoofdsom na de betalingen van de PDVSA gelden aanzienlijk was teruggebracht (van USD 97,5 miljoen in oktober 2016 naar ruim USD 70 miljoen in een jaar tijd).
4.5
Tegenover deze gemotiveerde betwisting van Cat Crédito heeft VMSC onvoldoende toegelicht dat partijen waren overeengekomen dat de betalingen die VMSC in de
grace periodheeft voldaan moesten worden toegerekend aan toekomstige pagos mensuales vanaf het moment dat die weer verschuldigd werden (september 2017). VMSC heeft niet betwist dat productie 22 slechts een voorstel van haar aan Cat Crédito is van mei 2016. Het bij die productie gevoegde betaalschema (‘tabla de amortizacion’) van 4 november 2016 is opgesteld voordat de desbetreffende PDVSA gelden zijn ontvangen en betaald aan Cat Crédito. De door Cat Crédito overgelegde e-mails van mei tot augustus 2016, ontkrachten de stelling van VMSC in die zin dat uit die mails kan worden afgeleid dat VMSC de rente omlaag wilde krijgen door de hoofdsom (aanzienlijk) te verlagen, dat was de reden waarom is afgesproken dat de betalingen in mindering op alleen de hoofdsom kwamen. Zie onder meer de hiervoor in 4.4. aangehaalde e-mail van [PERSOONSNAAM 1] waarin staat:
CFCS agrees that any future pre-paymentsfrom Venequip, including any payments received from PDVSA as part of the assignment,will be applied to Venequip’s principal balance. Er zou daarnaast tweemaal rente worden betaald, in februari 2017 en augustus 2017 en vervolgens zouden vanaf september 2017 de pago mensual (aflossing op hoofdsom en betaling van rente) worden hervat. Dat wordt nog eens bevestigd in de e-mails van [PERSOONSNAAM 3] van 11 en 12 juli 2017 (productie 45 van Cat Crédito), waarin hij refereert aan de afspraak om op verzoek van VMSC de extra betalingen in mindering te brengen op de hoofdsom (‘el capital’). Uit het overgelegde betaalschema bij de e-mail van [PERSOONSNAAM 3] van 12 juli 2017 waarin de inmiddels gedane betalingen van de PDVSA-gelden zijn verwerkt, is het saldo van de hoofdsom substantieel verminderd.
4.6
Daar komt bij dat in september 2017, de maand waarin de betalingen na de
grace periodweer moesten worden hervat, VMSC wel een termijnbetaling heeft gedaan. Pas in oktober 2017 is zij gestopt met betalen, hetgeen moeilijk is te rijmen met haar standpunt dat zij reeds vooruit had betaald. In dat geval zou het voor de hand hebben gelegen dat VMSC ook de termijn van september 2017 niet had betaald.
4.7
Tot slot overweegt het Hof evenals het Gerecht dat het standpunt van VMSC moeilijk is te verenigen met haar houding in aanloop naar en tijdens de procedure bij het Gerecht. VMSC heeft zich pas in een laat stadium op het standpunt gesteld dat zij destijds niet in verzuim was en pas op de dag van de zitting bij het Gerecht is zij tot ontbinding van de Leningovereenkomst overgegaan. Een plausibele uitleg daarvoor heeft zij niet gegeven. Het enkele argument dat de ontbinding op elk moment kan worden ingeroepen, hetgeen op zichzelf juist is, is daarvoor onvoldoende overtuigend.
4.8
Het verweer van VMSC dat zij in december 2017 niet in verzuim verkeerde gaat dus niet op. Cat Crédito mocht daarom overgaan tot opeising van het volledige bedrag. Er is dus geen sprake geweest van verzuim van Cat Crédito zodat VMSC om die reden haar verplichtingen onder de overeenkomst niet kon opschorten en evenmin de overeenkomst rechtsgeldig kon ontbinden. Grief 1 en grief 5 van VMSC slagen daarom niet.
De PRI-polissen
4.9
VMSC maakt er bezwaar tegen dat het Gerecht in 4.21 heeft overwogen dat de door Cat Crédito uit de PRI-uitkeringen ontvangen gelden in mindering moeten komen op het bij vonnis toe te wijzen bedrag, zonder bewijs te verlangen van de hoogte en datum van die uitkeringen. Daarnaast voert VMSC aan dat Cat Crédito ten onrechte akkoord is gegaan met de hoogte van de uitkeringen.
4.1
Cat Crédito stelt onweersproken het volgende. Zij heeft als verzekerde/polishouder aanspraak gemaakt op uitkering onder de politieke risicoverzekeringspolissen die zij met betrekking tot de VMSC-lening heeft afgesloten en waarvoor de premie door de jaren heen steeds door VMSC is betaald. Cat Crédito heeft de claim ingediend op basis van het feit dat de wanbetaling van VMSC het gevolg was van een onder de PRI-polissen verzekerd risico (‘expropriation’ en later ook ‘currency inconvertibility’). De verzekeraar heeft dekking geweigerd, waarmee Cat Crédito niet akkoord is gegaan. Zij heeft een procedure gevoerd bij de overheidsrechter in Tennessee (USA) en is ook een arbitrageprocedure gestart. Uiteindelijk is Cat Crédito in onderhandeling getreden met de verzekeraars en heeft zij na twee mediationtrajecten twee vaststellingsovereenkomsten gesloten met de verzekeraars op grond waarvan de verzekeraars een bedrag van USD 16,5 miljoen respectievelijk USD 15,8 miljoen, in totaal dus USD 31,8 miljoen hebben uitgekeerd. Verder is in de vaststellingsovereenkomsten uitgesloten dat de verzekeraars gesubrogeerd worden in de rechten van Cat Crédito en regres zullen nemen op VMSC. In hoger beroep heeft Cat Crédito inmiddels de onderliggende stukken inzake de uitkeringen overgelegd en gaan in zoverre de bezwaren van VMSC geformuleerd in de toelichting op grief 2 niet langer op.
4.11
Dat Cat Crédito zich onvoldoende heeft ingespannen om het maximale uit de onderhandelingen met de verzekeraars te halen, is een stelling van VMSC die zij niet onderbouwt. Daarvan is ook niet gebleken. De verzekeraars hebben aanvankelijk dekking geweigerd omdat de wanbetaling van VMSC zich moeilijk onder de dekking van de polis laat brengen, hetgeen naar het oordeel van het Hof op het eerste gezicht geen onbegrijpelijk standpunt is. Gelet hierop lijkt het uiteindelijk behaalde resultaat – uitkering van een bedrag van USD 31,8 miljoen - niet onredelijk, temeer nu vast staat dat Cat Crédito ten gunste van VMSC de subrogatie heeft afgekocht.
Geen rechtens relevante samenhang met distributierelatie
4.12
VMSC betoogt dat de Leningovereenkomst niet los kan worden gezien van de distributierelatie. Die distributierelatie werd beheerst door een aantal overeenkomsten, gesloten op 13 juni 2015, tussen andere partijen, te weten Caterpillar SARL en Venequip en Venequip Curazao. Het standpunt van VMSC is dat Caterpillar SARL in de nakoming van de distributieovereenkomsten is tekortgeschoten omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige discriminatie en/of een oneigenlijk beroep heeft gedaan op internationale sancties. Daardoor werden Venequip en Venequip Curazao kort gezegd belemmerd in de mogelijkheid hun klanten te bedienen en aldus omzet te genereren. Daargelaten de vraag òf Caterpillar SARL in de distributierelatie met Venequip/Venequip Curazao daadwerkelijk tekort is geschoten - Cat Crédito betwist die stelling gemotiveerd - valt zonder nadere feitelijke onderbouwing, die VMSC niet geeft, niet in te zien waarom een tekortkoming in de distributierelatie tussen Caterpillar SARL en Venequip/Venequip Curazao in dit geval een grond zou opleveren voor een rechtsgeldige opschorting of ontbinding van de Leningovereenkomst tussen Cat Crédito en VMSC dan wel voor een wijziging daarvan wegens onvoorziene omstandigheden. VMSC heeft daar in elk geval onvoldoende voor gesteld.
De Leningovereenkomst was niet ultra vires
4.13
VMSC voert aan dat de Leningovereenkomst nietig of vernietigbaar is, omdat deze in strijd zou zijn met de statutaire doelomschrijving van VMSC. In artikel 2 van Pro de statuten van VMSC is de doelomschrijving als volgt geformuleerd:
1. la compra-venta, importación, exportatión, arrendamoiento y manufactura en la zona economica ‘E-zone” de Curazao de todos los prouctos que entren en consideración, mu yen especial maquinaria agricolas industrials de contrucción y moneria, equipos ya sean electricos, mecánicos o de cualquier otra naturaleza y la comercialización y reparación de estos;
(…)
5. la participacion de todo tipo de companias dentro o fuera del pais, el
funcionamiento como Entidad Didéctica; y
6. en general dedicarse a cualquier actividad de comercio necesaria para llevar a cabo
el cumplimiento del objeto social aqui anunciado, exclusivamente en la zona economica tomando en consideracion la Ordenanza Nacional del 2000 para la sona economica
4.14
De omstandigheid dat de statutaire doelomschrijving niet expliciet het aangaan van leningen als kredietfaciliteit vermeldt, brengt op zichzelf niet mee dat VMSC zich succesvol tegen de vordering kan verweren met een beroep op doeloverschrijding. Bij de beoordeling van de vraag of met het afsluiten van de lening sprake is van doeloverschrijding, behoren alle omstandigheden in aanmerking te worden genomen (zie HR 7 februari 1992, NJ 1992/438, r.ov 3.3).
4.15
Cat Crédito was als gezegd de financier binnen de Caterpillar-groep die het voor VMSC en de andere entiteiten binnen de Venequip-groep mogelijk maakte de producten van Caterpillar te betrekken, om zo haar dealeractiviteiten uit te oefenen en de Caterpillarproducten af te zetten. In de loop der jaren had Cat Crédito aan VMSC vele kredieten verstrekt en in 2015 was de schuldenlast opgelopen tot USD 55 miljoen. Op initiatief van VMSC is de kredietfaciliteit uitgebreid. Het verloop van de in de loop der tijd afgesloten leningen en wijzigingen daarvan is opgenomen in de Representations in de VMSC-lening (zie 2.12). De VMSC-lening kan dan ook niet anders worden gezien dan als een voorzetting van een bestaande kredietrelatie en een herstructurering van bestaande schulden die in de loop der jaren waren toegenomen. Die herstructurering is bovendien op initiatief van VMSC tot stand gekomen.
4.16
Het aangaan van een lening als kredietfaciliteit – iets wat VMSC in de loop der jaren dus al vaker had gedaan – die het mogelijk maakt om de core business van de Venequip-groep mogelijk te maken, het uitvoering geven aan het dealerschap en in dat kader het verkopen en afzetten van Caterpillar producten, is naar het oordeel van het Hof niet in strijd met de doelomschrijving. Die maakt het immers mogelijk om deel te nemen in andere ondernemingen (onder 5, zie 4.14) en om iedere commerciële activiteit te verrichten die dienstig is aan het doel (onder 6, zie 4.14), het kort gezegd uitvoering geven aan het dealerschap. Van belang daarbij is, zoals hiervoor overwogen, dat het een herfinanciering betrof van schulden binnen een al lang bestaande kredietrelatie. Dat daarin een schuld van een zustervennootschap
- met dezelfde bestuurders en beleidsbepalers als VMSC - aan andere entiteiten binnen de Caterpillar-groep is meegenomen, is gelet op die brede context op zichzelf niet ongebruikelijk of onredelijk. Temeer daar dat gebeurde op verzoek van VMSC, zoals Cat Crédito aanvoert en VMSC onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarbij weegt het Hof mee dat de schuld van VMSC-Miami een kortlopende was, die op verzoek van VMSC werd omgezet in een langlopende. Dat was in het voordeel van de gehele Venequip-groep en dus ook van VMSC omdat daardoor meer financiële ruimte kwam. Dat, zoals VMSC stelt, dat direct bedreigend was voor de continuïteit van VMSC, is niet aannemelijk.
4.17
Ten overvloede merkt het Hof op dat een door de rechtspersoon met doeloverschrijding verrichte rechtshandeling op zichzelf niet nietig is. Zij is slechts dan vernietigbaar, indien de wederpartij van de doeloverschrijding wist of zonder eigen onderzoek moest weten (art. 2:13 lid 2 BW Pro, zowel in de versie van Lvo Boek 2 BW van 29 december 2003, P.B. 2004 no. 6 als in de huidige versie van Lvo Boek 2 BW van 15 december 2011, P.B. 2011, no. 66). Uit 4.15-4.16 vloeit voort dat ook aan die voorwaarde voor vernietigbaarheid niet is voldaan.
Geen onvoorziene omstandigheden
4.18
Bij akte van 17 september 2025 heeft VMSC voor het eerst een beroep gedaan op onvoorziene omstandigheden en overmacht. Volgens vaste rechtspraak kan van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW Pro alleen sprake zijn als het gaat om omstandigheden die op het ogenblik van tot stand komen van de overeenkomst nog in de toekomst lagen. Voor toepassing van artikel 6:258 BW Pro is alleen plaats wanneer de onvoorziene omstandigheden van dien aard zijn dat de wederpartij van degene die herziening van de overeenkomst verlangt, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Redelijkheid en billijkheid verlangen in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toe. Uit het voorgaande vloeit voort dat de rechter terughoudendheid moet betrachten ten aanzien van de aanvaarding van een beroep op onvoorziene omstandigheden.
4.19
Naar het oordeel van het Hof zijn de omstandigheden die VMSC noemt, concreet het toepassen van sancties door de Verenigde Staten in 2017, niet van dien aard dat die in dit geval nopen tot ingrijpen in de overeenkomst. Het is van algemene bekendheid dat de politieke en economische situatie in Venezuela al sinds lange tijd risico’s meebrengt voor ondernemers die op de Venezolaanse markt opereren. In de loop der jaren verslechterde de situatie alleen maar. Sinds het aantreden van Chavez als president in 1999 zijn er diverse perioden zijn geweest waarin deze risico’s erg groot waren. Dat mag bij beide partijen verondersteld worden bekend te zijn geweest. Dat dat zo was, blijkt ook uit het feit dat Cat Crédito de PRI-verzekeringen had afgesloten, waarvoor VMSC de premies betaalde. Desondanks hebben beide partijen hun ondernemingsactiviteiten in Venezuela voortgezet waarmee zij beide welbewust risico’s hebben genomen. Toen partijen met elkaar de Oorspronkelijke Leningovereenkomst sloten in 2007 waren er al internationale sancties tegen Venezuela van kracht, dat was zo ten tijde van de Eerste en Tweede Wijzigingsovereenkomst in 2012 en dat was ook zo ten tijde van het sluiten van de VMSC-lening eind 2015. Al die tijd zijn internationale sancties van toepassing geweest en was sprake van een nog steeds verslechterende situatie. De sancties die in 2017 door de regering Trump werden uitgevaardigd en volgens VMSC, zo begrijpt het Hof haar stellingen, de nekslag betekenden voor haar, stonden dus niet op zichzelf maar moeten in de hiervoor geschetste context worden gezien.
4.2
De afhankelijkheid van VMSC van PDVSA was ook al langer bekend bij beide partijen en is expliciet onderkend bij het aangaan van de VMSC-lening, zoals blijkt uit de Dealer Credit Proposal, de (opmaat naar de) aanvraag van VMSC voor de Leningovereenkomst. Voor zover niet voorzien door partijen zijn de sancties uit 2017, gezien de hiervoor geschetste context, niet van dien aard dat Cat Crédito in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mocht verwachten. De conclusie is dat het beroep van VMSC op onvoorziene omstandigheden niet opgaat.
Geen overmacht
4.21
Hetzelfde geldt voor het beroep op overmacht dat VMSC op hetzelfde feitencomplex baseert. Uit hetgeen het Hof hiervoor over de onvoorziene omstandigheden heeft overwogen, blijkt dat beide partijen bij het aangaan van de Leningovereenkomst onder ogen moeten hebben gezien welke risico’s zij liepen. De sancties die volgens VMSC overmacht opleveren pasten in de door de jaren heen verslechterende politieke en economische situatie waarvan beide partijen zich bewust zijn geweest bij het aangaan van de overeenkomst. Van overmacht is geen sprake, nog daargelaten dat enkele betalingsonmacht niet tot overmacht kan leiden.
Tussenconclusie
4.22
De verweren van VMSC tegen de vordering van Cat Crédito gaan niet op. Dat betekent dat de grieven 1 tot en met 4 en de overige verweren falen en dat voor toewijzing van de vorderingen in reconventie geen grond aanwezig is. Daarom faalt ook grief 5.
Geen matiging van de contractuele rente
4.23
VMSC stelt dat in de wijzigingsovereenkomst van 2016 een verhoging van de overeengekomen rente is opgenomen van 9% ‘in the event of default’. De contractuele vertragingsrente van 15,75% dan wel de ‘default interest’ van 9% kwalificeren volgens VMSC als een boeterente, die voor matiging vatbaar is. Voor matiging bestaat volgens vaste rechtspraak slechts aanleiding indien het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij dient de rechter niet alleen te letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638). De stelplicht en bewijslast van voor matiging relevante factoren rusten op degene die zich op matiging beroept.
4.24
VMSC baseert haar beroep op matiging grotendeels op de omstandigheden waarop zij ook haar beroep op onvoorziene omstandigheden baseert. Die omstandigheden vormen naar het oordeel van het Hof geen grond voor matiging. Partijen hebben willens en wetens ondanks de slechte politieke en economische situatie in Venezuela zaken gedaan waarbij zij beide bewust risico hebben genomen. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, de aard van de overeenkomst, de verhouding tussen de werkelijke schade van Cat Crédito en het bedrag van de boete alsmede de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen – waaronder ook de omstandigheid dat Cat Crédito na het opeisen van de lening eind 2017 heeft gewacht tot begin 2022 met het aanhangig maken van deze procedure – brengt naar het oordeel van het Hof niet mee dat het inroepen van de boeteclausule leidt tot een buitensporig en dus onaanvaardbaar resultaat. Voor matiging ziet het Hof geen aanleiding.
4.25
VMSC heeft nog aangevoerd dat het door het Gerecht toegewezen bedrag van USD 72.921.432,80 onjuist is omdat, zo begrijpt het Hof, in dat bedrag ten onrechte de rente over de maanden oktober, november en december 2017 is meegenomen. VMSC baseert die berekening op het – op grond van het hiervoor onder overwogene onjuist gebleken - standpunt dat zij meer had afgelost dan op dat moment nodig was. Haar verweer gaat niet op.
4.26
Wel is juist dat de ingangsdatum van de wettelijke niet 15 december 2017 maar 27 december 2017 moet zijn gelet op de aanmaningsbrief (zie 2.20). Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
In het incidenteel hoger beroep
Gewijzigde eis
4.27
Cat Crédito heeft in incidenteel hoger beroep haar eis gewijzigd. VMSC maakt bezwaar tegen de eisvermeerdering, omdat die voor het eerst in hoger beroep wordt gedaan en haar daardoor een instantie wordt onthouden. Het Hof verwerpt dat verweer. Een eisvermeerdering is ook in deze fase van het geding toegestaan, tenzij sprake is van de strijd met de eisen van een goede procesorde. Daarvan is niet gebleken. Dat VMSC, zoals zij stelt, een instantie wordt ontnomen is inherent aan de herstelfunctie van het hoger beroep, maar levert op zichzelf geen strijd met de eisen van een goede procesorde op.
4.28
Cat Crédito vordert dat het Hof een hogere dwangsom verbindt aan de veroordeling van VMSC tot voldoening aan het tijdig verschaffen van financiële stukken. Het Hof ziet daarvoor geen aanleiding, temeer niet nu Cat Crédito ter gelegenheid van de zitting in hoger beroep heeft verklaard dat VMSC inmiddels aan die verplichting heeft voldaan.
4.29
Verder vordert Cat Crédito betaling door VMSC van de advocatenkosten die zijn gemoeid met de claims tegen de verzekeraars. Het Hof zal die vordering niet toewijzen omdat het daarvoor geen grond aanwezig acht. Zonder nadere toelichting, die Cat Crédito niet geeft, valt niet in te zien waarom VMSC die kosten is verschuldigd op basis van de Promissory note. Die ziet uitsluitend op kosten gemoeid met incasso van de Promissory note zelf, niet met kosten van uitkering op grond van de PRI-polissen.
De grondslagen zaakwaarneming en ongerechtvaardigde verrijking heeft Cat Crédito, zeker in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan door VMSC, onvoldoende toegelicht. Het Hof ziet daar ook niets in. Cat Credito heeft vooral haar eigen belangen behartigd door zich in te spannen voor het verkrijgen van een uitkering onder de PRI-verzekering en ontleende haar bevoegdheid daartoe aan haar positie als verzekeringsnemer/verzekerde. Dat het resultaat van die inspanningen ook aan VMSC ten goede is gekomen maakt het nog geen zaakwaarneming, waarvan de kosten op VMSC verhaald kunnen worden. Ook valt niet in te zien waarom VMSC door de uitkeringen die aan Cat Crédito ten goede zijn gekomen ongerechtvaardigd is verrijkt, temeer nu Cat Crédito de verzekerde en de verzekeringnemer was, terwijl VMSC, naar onweersproken vast staat, altijd de verschuldigde premies heeft betaald voor de PRI-verzekeringen.
4.3
Het incidenteel hoger beroep/eisvermeerdering is dus in zoverre ongegrond en de vordering tot betaling van de advocatenkosten wordt afgewezen. Op de vordering van Cat Crédito dienen daarom de volledige uitkeringen van USD 31,8 miljoen in mindering te komen.
4.31
Tot slot ziet het Hof ook voor een veroordeling van VMSC in de werkelijke proceskosten geen aanleiding. Van misbruik van (proces)recht is niet gebleken.
4.32
De gevorderde incassokosten zal het Hof wel toewijzen op basis van procesreglement (1,5 x liquidatietarief in eerste aanleg), uitkomend op een bedrag van Cg 9.000.
Slotsom in het principaal en in het incidenteel hoger beroep
4.33
Het bestreden vonnis zal worden bevestigd. VMSC zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het principaal hoger beroep aan de zijde van Cat Crédito. Cat Crédito zal als de in het ongelijk gestelde partij in het incidenteel hoger beroep in de kosten worden veroordeeld.
In de zaken met nummers CUR2024H00153 en CUR2024H00154
In het principaal hoger beroep
4.34
De garantstellers hebben vier grieven opgeworpen. De grieven richten zich in de kern tegen de overwegingen van het Gerecht dat:
- de VMSC-lening een herfinanciering door schuldwijziging is;
- de eerder bestaande kredietverhouding niet moet worden geacht te zijn beëindigd;
- geen sprake is van novatie maar van schuldwijziging;
- de ontbinding althans het beroep daarop geen effect sorteert.
Het Hof zal die grieven gezamenlijk bespreken omdat zij alle de strekking hebben om het oordeel te vernietigen dat de garantie in stand is gebleven en ook ziet op de VMSC-lening.
4.35
De garantstellers stellen zich op het standpunt dat met de VMSC lening Cat Crédito een nieuw krediet verstrekte van USD 110 miljoen enkel om bestaande schulden van VMSC uit relevante eerdere leningen – waaronder in ieder geval die van 7 juni 2012 en 19 juni 2012 - af te lossen waardoor die leningen teniet zijn gegaan. De garantstellers beroepen zich daarvoor onder meer op artikel ‘TWO’ van de VMSC-lening, op artikel 20 van Pro de VMSC-lening en op het gegeven dat het bedrag van USD 110 miljoen in één keer is verstrekt en daarmee vrijwel direct de eerdere leningen zijn afgelost.
4.36
Het Hof verwijst allereerst naar de overweging van het Gerecht - waartegen de garantstellers geen grieven of bezwaren hebben ingebracht - dat de Garantie wordt beheerst door Mexicaans recht en dat naar Mexicaans recht schuldvernieuwing niet snel mag worden aangenomen. Daarvoor is een uitdrukkelijke bedoeling van partijen vereist. Niet snel moet worden aangenomen dat partijen afstand willen doen van hun rechten. Het Hof verenigt zich hiermee.
4.37
Uit de bewoordingen van de VMSC-lening, de inhoud en de strekking ervan volgt niet dat partijen hebben beoogd in hun kredietrelatie een zodanige wijziging aan te brengen dat de eerdere leningen zouden zijn vervallen. Voor die conclusie biedt de tekst van de VMSC-lening te weinig aanknopingspunten; er zijn aanwijzingen die juist een tegengestelde conclusie rechtvaardigen. Zo wordt in de Representations uitdrukkelijk vermeld dat VMSC heeft verzocht om een verhoging van haar kredietlijn en wordt daarin verwezen naar de eerdere leningen (uit 2007 en de wijzigingen in 2012) en de Promissory Note. In artikel 20 staat Pro dan in de slotzin opgenomen dat
‘this Loan Agreement (…) replaces all contracts, amendments, and any other prior understanding, whether written or oral, between [Cat Crédito] and [VMSCC] with respect to the matters stipulated in this Loan Agreement and in the aformentioned documents (…)’. Dat alles in samenhang bezien duidt naar het oordeel van het Hof veeleer op een voortzetting van de bestaande kredietrelatie dan op een wijziging in die verhouding waarbij de oorspronkelijke leningen teniet zijn gegaan en een nieuwe lening is afgesloten die geheel op zichzelf staat, los van de oude leningen. Een uitdrukkelijke bedoeling om de eerdere leningen teniet te laten gaan (en daarmee de Garantie prijs te geven) volgt daaruit in ieder geval niet. Dat in artikel ‘TWO’ staat vermeld dat het geleende bedrag in één keer zal worden uitbetaald om daarmee de ‘outstanding liabilities’ te betalen is daarvoor onvoldoende evenals het gegeven dat de VMSC-lening een nieuw nummer kreeg en dat een oude lening en de VMSC-lening nog een korte tijd naast elkaar hebben bestaan. Dat is op zichzelf, maar ook tegen de achtergrond van het hiervoor overwogene, onvoldoende om een uitdrukkelijke bedoeling van partijen uit af te leiden om de bestaande leningen teniet te doen gaan.
4.38
Ook uit de gedragingen van partijen bij of na het sluiten van de VMSC-lening, kan een dergelijke bedoeling niet worden afgeleid. Integendeel. Tussen partijen staat vast dat VMSC meer geld nodig had om haar activiteiten te kunnen blijven uitoefenen en opgebouwde schulden te kunnen voldoen. Dat was voor beide partijen helder. Dat ook VMSC zelf uitging van een al lang(er) bestaande kredietrelatie blijkt onder meer uit de brief van de adviseur van VMSC, [PERSOONSNAAM 4], van 4 januari 2019 waarin hij schrijft
‘As you may know, Shutts & Bowen is advising the Venequip companies regarding recent developments relating to the credit facility’.
4.39
Daarbij komt dat de garantstellers niet duidelijk hebben gemaakt waarom Cat Crédito een lening van USD 110 miljoen zou verstrekken (in één keer uit te betalen), en zich daarbij los zou willen maken van de eerdere leningen met als gevolg dat de Garantie voor de VMSC-lening niet meer zou gelden. Dat ligt, zonder nadere uitleg die de garantstellers niet hebben gegeven, niet voor de hand. Aangenomen moet worden dat Cat Crédito die intentie nooit heeft gehad en dat de garantstellers daarvan ook niet mochten uitgaan.
Tussenconclusie
4.4
Partijen hebben met het sluiten van de VMSC-lening niet beoogd de eerdere leningen teniet te laten gaan en daarmee de Garantie te laten vervallen. Van schuldvernieuwing was geen sprake. Nu een dergelijke bedoeling noch uit de overeenkomst, noch uit de gedragingen van partijen kan worden afgeleid, moet ervan worden uitgegaan dat de oorspronkelijke leningen en de daarop betrekking hebbende Garantie zijn blijven voortbestaan. De grieven 1 tot en met 3 falen dan ook. Grief 4 neemt tot uitgangspunt dat de Leningovereenkomst rechtsgeldig kon worden ontbonden. Die aanname is dus niet juist, zodat ook grief 4 faalt.
in het incidenteel hoger beroep
Reikwijdte Garantie
4.41
Het Gerecht heeft geoordeeld (in 4.18-4.19) dat de schuld van VMSC Miami en de schuld van VMSC aan andere entiteiten dan Cat Crédito in redelijkheid niet tot de in de Garantie gegarandeerde verplichtingen kunnen worden gerekend. Het Gerecht heeft aan dat oordeel ten grondslag gelegd dat het schulden uit een andere rechtsverhouding betreft dan die met betrekking tot welke de Garantie is gesloten. Bovendien hebben de garantstellers de VMSC-lening niet ondertekend en is niet gebleken dat zij bij de totstandkoming daarvan zijn betrokken.
Cat Crédito heeft daar een grief tegen opgeworpen. Zij wenst op dat punt vernietiging van het bestreden vonnis en ook voor dit deel toewijzing van haar vordering.
4.42
De grief is terecht opgeworpen. In artikel II van de recitals en in representation (g) van de Garantie is opgenomen dat die ook geldt voor ‘
future obligation arising from the Loan Agreement’ respectievelijk
future obligation under the Loan Agreement’.
Zoals overwogen in de zaak tussen Cat Crédito en VMSC betrof de VMSC-lening een voorzetting van een bestaande kredietrelatie en een herstructurering van bestaande schulden die in de loop der jaren waren toegenomen. Een lening die op initiatief van VMSC tot stand was gekomen. De schuld van VMSC-Miami werd daarin meegenomen (zie rov. 2.13 hiervoor); dit was een kortlopende schuld die op verzoek van VMSC werd omgezet in een langlopende en op die manier onderdeel werd van de VMSC-lening evenals de schulden aan andere entiteiten dan Cat Crédito. In artikel ‘TWENTY’ van de VMSC-lening is opgenomen dat de VMSC-lening de eerdere overeenkomsten tussen Cat Crédito en VMSC vervangt.
4.43
Tegen die achtergrond moet worden aangenomen, en dat hebben de garantstellers ook zo moeten begrijpen, dat de Garantie ook gold voor de schuld van VMSC-Miami en de schuld van andere entiteiten dan Cat Crédito. Het zijn, anders dan het Gerecht heeft geoordeeld, geen schulden uit een andere rechtsverhouding, nu zij immers onderdeel zijn van de VMSC-lening die onder de reikwijdte van de Garantie valt. Dat de garantstellers de VMSC-lening niet hebben (mee) ondertekend is niet van doorslaggevend belang en maakt de conclusie dat die lening onder de Garantie valt niet anders. Daar komt bij dat de garantstellers geacht moeten worden op de hoogte te zijn geweest van de VMSC-lening, nu uit verklaringen van [PERSOONSNAAM 2] (president-directeur van Venequip) en [PERSOONSNAAM 3] (CEO van Venequip) naar voren komt dat zij samen met [PERSOONSNAAM 5] (directeur van VMSC-Miami) betrokken waren bij de onderhandelingen over de VMSC-lening. Zij waren dus, anders dan het Gerecht heeft geoordeeld, wel bij de totstandkoming van de VMSC-lening betrokken.
Slotsom in het principaal en in het incidenteel hoger beroep
4.44
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd en de vordering van Cat Crédito zal alsnog worden toegewezen zoals hierna te melden. Venequip en Solidus zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van Cat Crédito, zowel in eerste aanleg gemaakt als in het principaal en incidenteel hoger beroep.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
In de zaak met nummer CUR2024H00156
bevestigt het vonnis van 13 mei 2024,
veroordeelt VMSC in de kosten van het principaal hoger beroep, aan de zijde van Cat Crédito tot aan deze uitspraak begroot op Cg 402,89 voor betekeningskosten en
Cg 27.000 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na deze uitspraak,
veroordeelt Cat Crédito in de kosten van het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van VMSC tot aan deze uitspraak begroot op Cg 4.500 voor gemachtigdensalaris,
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde,
In de zaken met nummers CUR2024H00153 en CUR2024H00154
vernietigt het vonnis van 13 mei 2024 en, opnieuw recht doende,
veroordeelt Venequip en Solidus hoofdelijk tot betaling aan Cat Crédito van
USD 72.921.423,80, te vermeerderen met 15,75% rente per jaar vanaf 27 december 2017 tot aan de dag van betaling, verminderd met de bedragen die Cat Cédito heeft ontvangen uit hoofde van de PRI-polissen (USD 31,8 miljoen),
veroordeelt Venequip en Solidus hoofdelijk in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van Cat Crédito tot aan het bestreden vonnis begroot op:
  • in conventie: Cg 7.500 voor griffierecht, Cg 711,44 voor oproepingskosten en Cg 12.000 voor salaris gemachtigde,
  • in reconventie: Cg 6.000 voor salaris gemachtigde,
en in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Cat Crédito tot aan deze uitspraak begroot op:
- in het principaal hoger beroep: Cg 805,78 voor betekeningskosten en
Cg 27.000 voor salaris gemachtigde en
- in het incidenteel hoger beroep: Cg 4.500 voor salaris gemachtigde,
alle kosten te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na deze uitspraak,
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.J.H.G. Bronzwaer, G.C.C. Lewin en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.