Uitspraak
1.[APPELLANT 1]en
1.[GEÏNTIMEERDE 1] en
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen appartementseigenaren over de belemmering van het uitzicht op zee vanuit hun terrassen en houten dekken. De Stichting, als erfpachter van het resort, en de Vereniging van Eigenaren (VvE) hebben regels gesteld die het uitzicht moeten beschermen. Het geschil concentreert zich op het uitzicht van appartement [4] van geïntimeerde 1, dat wordt belemmerd door parasols en beplanting op het aangrenzende appartement [5] van appellanten.
Het Hof heeft vastgesteld dat het plaatsen van parasols op het houten dek van appartement [5] het uitzicht van appartement [4] onrechtmatig belemmert en bevestigt het verbod daarop. De onbewezen toestemming van de VvE aan eerdere eigenaren doet hieraan niet af. Daarnaast is de beplanting langs het terras en dek te hoog en te breed, waardoor het uitzicht eveneens wordt belemmerd. Het Hof wijzigt het vonnis door appellanten te veroordelen de beplanting terug te snoeien tot specifieke hoogtes en breedtes, zoals nader gespecificeerd.
Het Hof weegt het belang van geïntimeerde 1 bij een onbelemmerd uitzicht zwaarder dan het belang van appellanten bij het gebruik van parasols. Ook het feit dat de appartementen zonneschermen hebben, ondersteunt dit oordeel. De overige vorderingen worden bevestigd of afgewezen zoals in eerste aanleg. Appellanten worden veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving van de beplantingsmaatregelen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van eerste aanleg behalve voor de beplanting, die moet worden teruggesnoeid om het uitzicht te vrijwaren, en veroordeelt appellanten in proceskosten en dwangsom.