Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
fast foodrestaurants in Aruba;
supply agreement;
supply agreementis geëindigd.
Strandhotel).
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
KFC is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba waarin zij werd veroordeeld tot betaling van een geldsom aan Romar Trading. KFC verzocht het Hof om de tenuitvoerlegging van dit vonnis te schorsen, stellende dat betaling directe negatieve gevolgen voor haar bedrijfsvoering zou hebben en dat zij een bankgarantie had afgegeven.
Romar Trading betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek en stelde dat het Hof niet bevoegd was, maar het Hof oordeelde dat het verzoek als schorsingsvordering bij het Hof kon worden opgevat en dat KFC ontvankelijk was. Het Hof overwoog dat het vonnis geen kennelijke misslagen bevatte en dat de bezwaren van KFC in het hoger beroep aan de orde kunnen komen.
Het Hof benadrukte het uitgangspunt dat een veroordeling tot betaling van een geldsom uitvoerbaar moet zijn, ook tijdens hoger beroep. De aangevoerde omstandigheden door KFC, waaronder de bankgarantie en aandelenoverdracht, waren onvoldoende om het belang van Romar Trading bij onmiddellijke uitvoering te doorbreken.
Daarom wees het Hof het verzoek tot schorsing af en veroordeelde KFC in de proceskosten van de schorsingsprocedure. Het vonnis werd uitgesproken door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 22 juni 2026.
Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt KFC in de proceskosten.