ECLI:NL:OGHACMB:2026:170

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
AUA2026H00091
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 272 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schorsingsverzoek tenuitvoerlegging vonnis betaling geldsom tussen KFC en Romar Trading

KFC is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba waarin zij werd veroordeeld tot betaling van een geldsom aan Romar Trading. KFC verzocht het Hof om de tenuitvoerlegging van dit vonnis te schorsen, stellende dat betaling directe negatieve gevolgen voor haar bedrijfsvoering zou hebben en dat zij een bankgarantie had afgegeven.

Romar Trading betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek en stelde dat het Hof niet bevoegd was, maar het Hof oordeelde dat het verzoek als schorsingsvordering bij het Hof kon worden opgevat en dat KFC ontvankelijk was. Het Hof overwoog dat het vonnis geen kennelijke misslagen bevatte en dat de bezwaren van KFC in het hoger beroep aan de orde kunnen komen.

Het Hof benadrukte het uitgangspunt dat een veroordeling tot betaling van een geldsom uitvoerbaar moet zijn, ook tijdens hoger beroep. De aangevoerde omstandigheden door KFC, waaronder de bankgarantie en aandelenoverdracht, waren onvoldoende om het belang van Romar Trading bij onmiddellijke uitvoering te doorbreken.

Daarom wees het Hof het verzoek tot schorsing af en veroordeelde KFC in de proceskosten van de schorsingsprocedure. Het vonnis werd uitgesproken door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 22 juni 2026.

Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt KFC in de proceskosten.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202204425 – AUA2026H00091
Uitspraak: 22 juni 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
op de schorsingsvordering van:
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
J.M.K. ISLAND RESTAURANT VBA,
handelende onder de naam KFC,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante, eiseres tot schorsing,
gemachtigde: mr. D.M. Canwood,
tegen
de naamloze vennootschap
ROMAR TRADING N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans geïntimeerde, verweerster tegen de vordering tot schorsing,
gemachtigde: mr. D.G. Kock.
Partijen worden hierna KFC en Romar Trading genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij akte van appel van 29 mei 2026 (tevens houdende memorie van grieven) is KFC in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 13 mei 2026 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba.
1.2
Bij op 3 juni 2026 ingekomen verzoekschrift, met producties, heeft KFC gevorderd, verkort weergegeven, dat het Gerecht de tenuitvoerlegging van het vonnis zal schorsen met veroordeling van Romar Trading in de proceskosten.
1.3
Bij op 11 juni 2026 ingekomen verweerschrift heeft Romar Trading geconcludeerd tot onbevoegdverklaring van het Hof, dan wel niet-ontvankelijkverklaring van KFC in de vordering of afwijzing daarvan, met veroordeling van KFC in de proceskosten.
1.4
Bij e-mails van 19 juni 2026 hebben de gemachtigden van partijen zich over de vordering uitgelaten (nadat KFC eerst een akte had ingediend die het Hof buiten beschouwing laat).
1.5
Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1
Het verzoekschrift van 3 juni 2026 is gericht aan het Gerecht en het petitum vermeldt dat het een kort geding betreft. De griffie heeft het niettemin opgevat als een schorsingsvordering bij het Hof op de voet van art. 272 Rv Pro. KFC heeft zich daarmee verenigd in haar e-mail van 19 juni 2026. Gelet op deze gang van zaken zal het Hof het verzoek opvatten als een schorsingsvordering bij het Hof. Romar Trading is daardoor niet in enig belang geschaad. Daarom is het Hof bevoegd kennis te nemen van deze schorsingsvordering en is KFC ontvankelijk in de schorsingsvordering.
2.2
In het bestreden vonnis heeft het Gerecht, verkort weergegeven, als vaststaand aangenomen:
- KFC exploiteert of exploiteerde een aantal
fast foodrestaurants in Aruba;
- Romar Trading leverde producten aan KFC op basis van een
supply agreement;
- de
supply agreementis geëindigd.
2.3
Romar Trading vorderde in conventie betaling van Afl. 587.757, als verschuldigd en onbetaald gebleven.
KFC vorderde in reconventie betaling van Afl. 494.087, als onverschuldigd (te veel) betaald.
Het Gerecht heeft de vordering in conventie toegewezen en die in reconventie afgewezen.
2.4
Bij de beoordeling van de vordering tot schorsing, al dan niet onder voorwaarden, gelden de maatstaven als vermeld in HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 (
Strandhotel).
2.5
Het bestreden vonnis bevat geen kennelijke misslagen. De bezwaren van KFC tegen het bestreden vonnis kunnen voor het overige in het hoger beroep aan de orde komen. Daarop loopt het Hof thans niet vooruit.
2.6
De veroordeling strekt tot betaling van een geldsom. Het belang van Romar Trading bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad is daarom in beginsel gegeven (vgl. HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688).
2.7
Daartegenover staat het belang van KFC. Zij heeft aangevoerd dat betaling van het bedrag waartoe zij veroordeeld is, directe gevolgen voor de bedrijfsvoering van KFC zal hebben.
2.8
KFC heeft bij het verzoekschrift te kennen gegeven dat zij in het kader van de bodemprocedure een bankgarantie heeft afgegeven. Romar Trading heeft bij het verweerschrift aangevoerd dat betaling op de veroordeling daarom (volgens haar) niet uit de huidige bedrijfsvoering van KFC zal komen. KFC heeft in haar e-mail van 19 juni 2026 betoogd dat haar moedermaatschappij zal opdraaien voor de betaling en dat niet kan worden uitgesloten dat Romar Trading verhaal zal zoeken bij de huidige eigenaren van KFC, ook al is bij de aandelenoverdracht afgesproken dat deze veroordeling nog voor rekening van de vorige eigenaren zal komen.
2.9
Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Hetgeen KFC over haar bedrijfsvoering, de bankgarantie en de overdracht van haar aandelen heeft aangevoerd, maakt onvoldoende duidelijk dat en waarom haar belang in dit geval ondanks dat uitgangspunt zwaarder weegt. De vordering zal daarom worden afgewezen.
2.1
KFC zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
wijst de vordering af;
veroordeelt KFC in de kosten van deze schorsingsprocedure, aan de zijde van Romar Trading gevallen en tot op heden begroot op Afl. 2.000,- aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.J.H.G. Bronzwaer en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 22 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.