In deze civiele zaak staat de overeenkomst tot gronduitgifte tussen Island Estates Realty N.V. (IER) en het Land Aruba centraal. Het Hof oordeelt dat de overeenkomst van 10 augustus 2017 in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat het Land onvoldoende ruimte bood aan potentiële gegadigden en geen objectieve selectiecriteria hanteerde. Daarnaast speelde de timing van de overeenkomst vlak voor verkiezingen een rol, waarbij geen bevredigende verklaring werd gegeven voor de snelle goedkeuringen.
Verder concludeert het Hof dat de voorbereiding van de overeenkomst onvoldoende was, met name wat betreft de milieueffecten. Rapporten van Ace tonen aan dat een deel van het terrein in een groengebied ligt en dat het plan schadelijke milieueffecten kan veroorzaken, wat onvoldoende is meegewogen. Het Hof acht het onaanvaardbaar dat IER aanspraak maakt op schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, gelet op de omstandigheden.
Het hoger beroep van het Land Aruba wordt gegrond verklaard, dat van IER wordt verworpen. De eerdere vonnissen worden vernietigd, de vorderingen van IER afgewezen en IER wordt veroordeeld in de proceskosten en tot terugbetaling van door het Land betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 10 februari 2026.