Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
Court Yard/Eilandgebied Sint Maarten) heeft het Hof overwegingen gegeven over een verschijnsel dat het Hof heeft aangeduid als ‘afscheidsbeleid’ en dat het omschreven heeft, verkort weergegeven, als de praktijk dat een landsbestuur vlak vóór een bestuurswisseling inhoudelijk twijfelachtige of onvoldoende voorbereide besluiten neemt en toezeggingen doet om het volgende bestuur voor een
fait accomplite stellen. Bij GHvJ 5 december 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:308 (
Ocean Eco Cleaning/Land Aruba) heeft het Hof de vraag gesteld of geschillen over dergelijke besluiten en toezeggingen voortaan niet beter beoordeeld kunnen worden aan de hand van de maatstaven van HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (
Didam I). Inmiddels is HR 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661 (
Didam II) uitgesproken. Daarin heeft de Hoge Raad onder meer overwogen dat handelen door een overheidslichaam in strijd met de Didam-regels (waaronder in elk geval valt: verkoop van een onroerende zaak in strijd met het gelijkheidsbeginsel) geen strijd oplevert met een dwingende wetsbepaling zoals bedoeld in art. 3:40 lid 2 BW Pro, en dat de Didam-regels ook niet de strekking hebben om de geldigheid van daarmee strijdige rechtshandelingen met nietigheid of vernietigbaarheid te treffen.
fait accomplite stellen;
environmental impact assessment(EIA) is, anders dan was voorgeschreven, niet opgesteld door een erkend en ervaren adviesbureau en niet in overleg met lokale deskundigen en milieugroepen tot stand gekomen. In het MER is niet onderzocht hoe groot het deel van het perceel is dat in groengebied ligt of wat de gevolgen zijn voor flora en fauna. Verder is de door IER overgelegde spreadsheet met geprojecteerde cijfers betreffende winst en vermogen geen deugdelijke haalbaarheidsstudie en de door IER overgelegde brief van een bank geen deugdelijke financieringsgarantie. De overeenkomst is dus tot stand is gekomen: