Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
[APPELLANTE],
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak vordert appellante schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een openbare verkoop toestaat, gepland door RBC Royal Bank N.V. De procedure betreft een hoger beroep tegen een eerder vonnis waarin de vorderingen van appellante waren afgewezen.
Het Hof overweegt dat schorsing van de tenuitvoerlegging slechts betrekking kan hebben op het vonnis zelf en niet op het opleggen van een verbod op de openbare verkoop. Appellante heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een schorsing rechtvaardigen. De belangenafweging wijst uit dat het belang van RBC, gezien de aanzienlijke betalingsachterstanden van appellante sinds 2016 en de toegenomen achterstand in 2025, zwaarder weegt dan het belang van appellante en haar huisgenoten.
Het Hof concludeert dat het bestreden vonnis geen kennelijke misslagen bevat en dat de bezwaren van appellante in het hoger beroep kunnen worden behandeld. De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van deze procedure.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt afgewezen en de openbare verkoop mag doorgaan.