ECLI:NL:OGHNAA:2008:BF1879

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
16 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HAR 13/08
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 RwNedArt. 1 RwNedArt. 1:228 lid 1 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verkrijging Nederlanderschap door meerderjarige adoptie in Aruba

De verzoeker, geboren in 1989 in Colombia, werd op 1 november 2007 door het Gerecht in eerste aanleg van Aruba geadopteerd door een Nederlandse man, de echtgenoot van zijn moeder. Hoewel het Gerecht het vereiste dat het kind minderjarig moet zijn op de dag van het verzoek buiten toepassing liet op grond van artikel 8 EVRM Pro, was de verzoeker meerderjarig ten tijde van de adoptie.

Het Hof beoordeelde of deze adoptie tot het Nederlanderschap leidde. Artikel 5 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap bepaalt dat alleen minderjarige kinderen Nederlander worden door adoptie. Het Hof oordeelde dat deze bepaling niet zo kan worden uitgelegd dat meerderjarige adoptie tot Nederlanderschap leidt.

Verder stelde het Hof vast dat het EVRM geen recht geeft op verkrijging van een bepaalde nationaliteit en dat er geen sprake is van discriminatie omdat minderjarige en meerderjarige kinderen niet vergelijkbaar zijn in het kader van nationaliteitswetgeving.

De conclusie van het Hof is dat het verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap moet worden afgewezen omdat de verzoeker niet voldeed aan de wettelijke vereisten. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot verkrijging van het Nederlanderschap door adoptie van een meerderjarige is afgewezen.

Uitspraak

Registratienr. HAR 13/08
Uitspraak: 16 september 2008
BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
In de zaak van:
1. [naam verzoeker],
wonende in Aruba,
verzoeker,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
belanghebbenden:
2. de Minister van Justitie van Aruba,
3. het Openbaar Ministerie van Aruba,
4. het Hoofd Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Aruba.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Bij op 12 maart 2008 ingekomen verzoekschrift ingevolge artikel 17 Rijkswet Pro op het Nederlanderschap (hierna ook: RwNed), met producties, heeft verzoeker het Hof verzocht vast te stellen dat hij sedert 1 november 2007, in ieder geval sedert 1 februari 2008, dan wel met ingang van een door het Hof te bepalen datum, de Nederlandse nationaliteit bezit.
1.2. De waarnemend Procureur-Generaal van Aruba heeft op 14 augustus 2008 een schriftelijke conclusie ingediend bij het Hof.
1.3. Op 16 september 2008 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn verzoeker, vergezeld van zijn gemachtigde en zijn ouders, alsmede de waarnemend Procureur-Generaal. Door de waarnemend Procureur-Generaal zijn stukken overgelegd waarnaar in diens conclusie was verwezen.
1.4. Ter zitting is een heden uit te spreken beschikking aangezegd.
2. Beoordeling
2.1. Verzoeker, die op [datum] 1989 geboren is in Colombia en niet de Nederlandse nationaliteit had, is samen met twee broers, bij in kracht van gewijsde gegane beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (GEA) van 1 november 2007 (EJ 2237/07; hersteld op 27 november 2007) geadopteerd door een Nederlandse man, echtgenoot van zijn moeder (‘stiefouderadoptie’). Ten tijde van het verzoek was verzoeker meerderjarig, maar het GEA heeft met toepassing van art. 8 EVRM Pro (recht op respect voor ‘family life’) het in art. 1:228 lid 1 aanhef Pro en onder a BW gestelde vereiste ‘dat het kind op de dag van het verzoek minderjarig is’ buiten toepassing gelaten. De vraag is of verzoeker door deze adoptie Nederlander is geworden.
2.2. Art. 5 RwNed Pro luidt:
‘Nederlander wordt het kind dat in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba bij rechterlijke uitspraak is geadopteerd, indien het kind op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was en ten minste één der adoptiefouders op de in de volgende zin bedoelde dag Nederlander is. Het kind verkrijgt het Nederlanderschap op de eerste dag na een periode van drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak in eerste aanleg (…).’
2.3. Voorts bepaalt art. 1 aanhef Pro en onder b RwNed:
‘meerderjarige: hij die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt of voordien in het huwelijk is getreden.’
2.4. Verzoeker was niet ‘op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig’ als bedoeld in art. 5 RwNed Pro. Deze bepaling kan niet aldus worden uitgelegd dat een (buitenwettelijke) adoptie in Aruba van een ten tijde van het verzoek (of ten tijde van de uitspraak) meerderjarig kind tot Nederlanderschap leidt. Aan art. 8 EVRM Pro noch aan enige andere bepaling van het EVRM kan het recht worden ontleend op de verkrijging van een bepaalde nationaliteit (HR 1 februari 2008, NJ 2008, 82, rov. 3.5). Van discriminatie is geen sprake aangezien in verband met de nationaliteitswetgeving minderjarige en meerderjarige kinderen niet in een relevant vergelijkbare positie verkeren. Overigens geldt dat de wijzen waarop het Nederlanderschap wordt verkregen limitatief zijn voorzien in de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (HR 11 april 1997, NJ 1997, 705).
2.5. De slotsom is dat het verzoek moet worden afgewezen.
3. Beslissing
Het Hof wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, E.P. van Unen en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2008 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.