ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH6203

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
9 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HAR 277/06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:209 BWArt. 17 Rijkswet op het NederlanderschapArt. 133 oud BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling Nederlandse nationaliteit na wettiging door huwelijk in de Dominicaanse Republiek

Verzoekers hebben het Hof verzocht vast te stellen dat zij sinds hun wettiging op 17 september 1990 de Nederlandse nationaliteit bezitten. Zij zijn gewettigd door het huwelijk van hun moeder met een Nederlandse echtgenoot, waarbij het huwelijk is ingeschreven in de Nederlandse Antillen. Verzoekers hebben sindsdien de naam van de echtgenoot gedragen, Nederlandse paspoorten gehad en zijn erkend als kinderen van de echtgenoot en moeder.

Tijdens de procedure heeft het Hof de bewijsstukken en pleidooien van partijen gehoord, waaronder de waarnemend Procureur-Generaal en de gemachtigde van verzoekers. Het Hof heeft het bezit van staat als kind van de Nederlandse echtgenoot vastgesteld, overeenkomstig geboorteakten, de akte van wettiging, en het trouwboekje.

Het Hof verwijst naar een vergelijkbare uitspraak (HAR 56/06) waarin werd geoordeeld dat beroep op artikel 1:209 BW Pro openstaat tegenover de autoriteiten die de Rijkswet op het Nederlanderschap uitvoeren. Gezien deze jurisprudentie en de feiten wijst het Hof het verzoek toe en stelt vast dat verzoekers sinds 17 september 1990 Nederlander zijn geworden.

Uitkomst: Het Hof stelt vast dat verzoekers sinds 17 september 1990 de Nederlandse nationaliteit bezitten.

Uitspraak

Registratienr. HAR 277/06
Uitspraak: 9 december 2008
BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
In de zaak van:
1. [verzoeker 1], geboren [datum] 1976 in de Dominikaanse Republiek,
2. [verzoeker 2], geboren [datum] 1975 in de Dominikaanse Republiek,
beiden wonend op Curaçao,
verzoekers,
gemachtigde: de advocaat mr. C.A. Peterson.
Belanghebbenden:
3. de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen,
4. het Openbaar Ministerie van de Nederlandse Antillen,
5. het Hoofd van de Afdeling Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen van Curaçao.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Bij op 10 augustus 2007 ingekomen verzoekschrift ingevolge artikel 17 Rijkswet Pro op het Nederlanderschap (hierna ook: RwNed), met producties, hebben verzoekers het Hof verzocht vast te stellen dat zij sedert hun wettiging op 17 september 1990 de Nederlandse nationaliteit bezitten, althans dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten, althans die beslissing te nemen die het Hof rechtens de juiste zal bevinden.
1.2. De waarnemend Procureur-Generaal van de Nederlandse Antillen heeft op 12 november 2007 een schriftelijke conclusie ingediend bij het Hof.
1.3. Op 13 november 2007 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn verzoekers, vergezeld van hun gemachtigde en hun ouders, alsmede de waarnemend Procureur-Generaal. Door de gemachtigde van verzoekers zijn pleitnotities met produkties overgelegd (‘Verweer tegen conclusie openbaar ministerie’). De behandeling is aangehouden.
1.4. Op 31 januari 2008 heeft de gemachtigde van verzoekers een brief met produkties ingezonden.
1.5. De behandeling is voortgezet op 5 februari 2008. Verschenen zijn verzoekers, vergezeld van hun gemachtigde en hun ouders, broer en zuster en levensgezel van [verzoeker 1], alsmede de waarnemend Procureur-Generaal. De waarnemend Procureur-Generaal heeft een nadere conclusie genomen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waaraan de nadere conclusie van de waarnemend Procureur-Generaal is gehecht. De behandeling is aangehouden.
1.6. Op 13 mei 2008 is de behandeling voortgezet. Verschenen zijn de waarnemend Procureur-Generaal en de gemachtigde van verzoekers. De behandeling is aangehouden in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Harris (HAR 56/06).
1.7. Op 28 oktober 2008 is de behandeling voortgezet. Verschenen zijn verzoekers, vergezeld van hun gemachtigde, hun ouders en de vriend van verzoekster onder 1. De waarnemend Procureur-genraal heeft een schriftelijke slotconclusie overgelegd.
1.8. Ter zitting is een heden uit te spreken beschikking aangezegd.
2. Beoordeling
2.1. Verzoekers zijn op 17 september 1990 in de Dominikaanse Republiek gewettigd door huwelijk door [naam man], die de Nederlandse nationaliteit bezat. Het huwelijk is ingeschreven in de Nederlandse Antillen (artikel 133 oud Pro BW). De namen van verzoekers zijn vermeld in het trouwboekje van [man] en hun moeder. Verzoekers hebben sindsdien de naam [naam man] gedragen en op die naam Nederlandse paspoorten gehad, zij hebben gewoond in het huis van [man] (en hun moeder) en zijn door [man] (en hun moeder) verzorgd en opgevoed. Zij zijn aanhoudend in de maatschappij erkend als kinderen van [man]. Na de wettiging zijn uit het huwelijk nog twee kinderen geboren.
2.2. Uit het voorgaande volgt dat verzoekers bezit van staat als kind van [man] hebben. Dit bezit van staat stemt overeen met hun geboorteakten, in verbinding met de akte van wettiging, de inschrijving van het huwelijk in de burgerlijke stand van Curaçao en het trouwboekje van [man] en hun moeder.
2.3. In het vergelijkbare geval Harris heeft het Hof op 20 februari 2007 (HAR 56/06) geoordeeld dat ook tegenover de met de uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap belaste autoriteiten beroep op artikel 1:209 BW Pro openstaat. Sprake was in dat geval en is in het onderhavig geval van betwisting van staat door de met de uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap belaste autoriteiten. Zowel in dat geval als in het onderhavige geval is het recht van de Nederlandse Antillen toepasselijk. Het cassatieberoep tegen de uitspraak-Harris is door de Hoge Raad verworpen (HR 5 september 2008, R07/105HR, NJ 2008, 477).
2.4. In het midden kan blijven waartoe toepassing van de Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk leidt.
2.5. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek als bedoeld in artikel 17 RwNed Pro moet worden toegewezen.
3. Beslissing
Het Hof stelt vast dat verzoekers Nederlander zijn geworden met ingang van 17 september 1990.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, F.J.P. Lock en W.P. Scheltema, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2008 op Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.