ECLI:NL:HR:2008:BD2711
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Toekenning Nederlandse nationaliteit op grond van bezit van staat en wettiging tijdens minderjarigheid
Verweerster heeft bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba verzocht om bevestiging van haar Nederlandse nationaliteit op grond van art. 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Zij beriep zich op haar bezit van staat als gewettigd kind van een Nederlander, [betrokkene 2], die tijdens haar minderjarigheid haar wettige vader werd door het huwelijk van haar moeder met hem en de overschrijving van het huwelijk op Curaçao.
Het hof oordeelde dat het bezit van staat als kind van de Nederlander vaststond en dat dit bezit van staat niet meer betwist kon worden, ook niet door de met de uitvoering van de RWN belaste autoriteiten. De wettiging door huwelijk en de inschrijving in het Curaçaosche trouwboekje ondersteunden dit oordeel.
De Staat der Nederlanden en de Nederlandse Antillen stelden beroep in cassatie in tegen deze beschikking, stellende dat het hof het vaderschap ten onrechte had vastgesteld en dat het toepasselijke recht onjuist was toegepast. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof terecht het bezit van staat als grondslag voor het Nederlanderschap heeft aangenomen, en dat het Nederlands-Antilliaanse internationaal privaatrecht correct was toegepast.
De Hoge Raad concludeerde dat de verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van het vaderschap van een Nederlander, dat niet meer kan worden betwist wegens haar bezit van staat als kind van die Nederlander.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van bezit van staat als gewettigd kind van een Nederlander.