ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ9982
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over eigendom en vergoeding vliegtuighangar na huurperiode
Avia huurde grond van AAA en bouwde daarop een roerende vliegtuighangar. Na afloop van de huur was Avia verplicht de grond te ontruimen, maar verwijdering van de hangar bleek geen reële optie. Avia stelde dat AAA onvoldoende toegang bood voor ontruiming en vorderde vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking.
Het Hof oordeelde dat de hangar roerend is en niet door natrekking eigendom van AAA is geworden. Artikel 14 van Pro de huurovereenkomst verplicht Avia tot overdracht van de hangar aan AAA zonder vergoeding. Avia's betoog dat deze bepaling niet van toepassing zou zijn werd vanwege het late stadium buiten beschouwing gelaten.
Verder concludeerde het Hof dat AAA Avia niet heeft verhinderd de hangar te verwijderen, mede omdat Avia zelf aangaf verwijdering zinloos te achten. De vordering tot vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking faalde omdat partijen dit recht contractueel hadden uitgesloten en de omstandigheden bij het sluiten van de overeenkomst voorspelbaar waren.
Het Hof bevestigde het vonnis van de eerste aanleg, veroordeelde Avia in de proceskosten van het hoger beroep en wees de vorderingen van Avia af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat Avia de eigendom van de hangar aan AAA moet overdragen zonder recht op vergoeding en wijst de vorderingen van Avia af.