ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL7880

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
4 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HAR 36/09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Uitleveringsbesluit Nederlands-AntilliaansArt. 10 Uitleveringsbesluit Nederlands-Antilliaans
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing of schorsing van uitleveringsdetentie

De opgeëiste persoon, gedetineerd in het Huis van Bewaring Point Blanche te Sint Maarten, verzocht het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba om zijn uitleveringsdetentie op te heffen of te schorsen. Hij stelde dat de Franse autoriteiten sinds 2003 onredelijk lang hebben gewacht met vervolging, waardoor zijn recht op een redelijke termijn is geschonden.

Het Hof oordeelde dat het tijdsverloop sinds 2003 niet zodanig is dat het recht op vervolging verloren is gegaan, mede gelet op het feitencomplex. Een overschrijding van de redelijke termijn leidt niet automatisch tot verval van het vervolgingsrecht. Het belang van de Franse verdragsverplichtingen en de rechtmatigheid van de voorlopige detentie, bevestigd op 9 maart 2009, wegen zwaarder dan het belang van de opgeëiste persoon bij schorsing.

Na behandeling van het verzoek op 28 januari 2010, waarbij de opgeëiste persoon, zijn gemachtigde en de procureur-generaal werden gehoord, wees het Hof het verzoek af. De uitleveringsdetentie blijft gehandhaafd en het verzoek tot schorsing onder zekerheidsstelling wordt eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of schorsing van de uitleveringsdetentie wordt afgewezen.

Uitspraak

Uitleveringszaken over 2010
Nummer: HAR 36/09
Datum uitspraak: 4 februari 2010
HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak tegen:
[de opgeëiste persoon],
geboren op 1 juli 1967 te Plymouth, Montserrat,
thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Point Blanche te Sint Maarten,
verder te noemen: "de opgeëiste persoon".
1. Het procesverloop
Bij op 12 januari 2010 ingekomen beroepschrift heeft de opgeëiste persoon het Hof verzocht zijn uitleveringsdetentie op te heffen, althans te schorsen onder zekerheidsstelling. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 28 januari 2010. Verschenen en gehoord zijn de opgeëiste persoon, zijn gemachtigde mr. S.R. Bommel en de wnd. procureur-generaal mr. A.C. van der Schans.
2. De beoordeling
De uitleveringsdetentie is gebaseerd op de artikelen 9 en 10 van het Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit. Op 9 maart 2009 heeft de rechter-commissaris terecht de voorlopige detentie rechtmatig verklaard.
De opgeëiste persoon heeft gesteld dat de Franse autoriteiten inbreuk maken op zijn recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Hij heeft daartoe gesteld dat hem door de handelwijze van de Franse autoriteiten sedert 2003 een bijl boven het hoofd wordt gehouden, nu zij in 2003 de kans hebben gehad om het incident waarvan de uitlevering thans wordt verzocht, te onderzoeken.
Anders dan de opgeëiste persoon heeft gesteld, is het sedert 2003 verstreken tijdsverloop niet zodanig lang dat thans reeds op basis van de voorhanden stukken tot de conclusie kan worden gekomen dat de vervolgende instantie het recht op vervolging van de opgeëiste persoon, mede gelet op het feitencomplex, heeft verloren. Een overschrijding van de redelijke termijn leidt niet zonder meer tot verval van het recht op vervolging.
De duur van de berechting door de Franse autoriteiten levert dus geen grond op voor opheffing van de uitleveringsdetentie.
Voor het overige is geen reden aangevoerd of aannemelijk geworden waarom de uitleveringsdetentie zou moeten worden opgeheven. Het verzoek daartoe dient dus te worden afgewezen.
De belangen bij voortzetting van de uitleveringsdetentie, waaronder het belang bij nakoming van de verdragsverplichtingen jegens de Republiek Frankrijk, wegen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, zwaarder dan het belang van de opgeëiste persoon bij schorsing van de uitleveringsdetentie. Het verzoek om schorsing dient dus eveneens te worden afgewezen.
3. De beslissing
Het Hof wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, M. Keppels en M. Schoemaker, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 4 februari 2010.