ECLI:NL:OGHNAA:2010:BL7899
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep draagkracht en onderhoudsbijdragen man aan vrouw en minderjarig kind
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba over de vaststelling van zijn onderhoudsbijdragen aan zijn minderjarige dochter en zijn voormalige partner. De man betwistte zijn draagkracht zoals vastgesteld door het GEA, met name vanwege vermindering van overuren door de minister van Justitie van Aruba. Het Hof beoordeelde de draagkrachtberekening als redelijk en stelde het netto maandloon van de man op circa Afl. 5.700.
De dochter werkt in het weekend en zal haar opleiding op een avondschool voortzetten; zij is zwanger. De vrouw is arbeidsongeschikt verklaard en behoeftig. Het Hof achtte het redelijk dat de man bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de dochter met Afl. 400 per maand, en aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud van Afl. 200 per maand tot 1 september 2010, daarna Afl. 700 per maand.
De wettelijke verplichting tot ouderbijdrage eindigt niet bij 18 jaar maar bij 21 jaar. Het Hof wees terugbetaling van teveel betaalde bedragen af omdat de vrouw geacht wordt deze te hebben verbruikt. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof stelt de onderhoudsbijdragen van de man vast op Afl. 400 voor het minderjarige kind en Afl. 200 tot 1 september 2010 en daarna Afl. 700 voor de vrouw.