ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN5905
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning echtgenote en minderjarige kinderen
De vreemdeling en zijn echtgenote, samen met hun minderjarige kinderen, hadden verzoeken ingediend voor verblijfsvergunningen die door de minister werden afgewezen. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk en wees de beroepen van de kinderen en echtgenote ongegrond. Het hoger beroep werd ingesteld tegen deze uitspraak.
Het Hof overweegt dat het Gerecht ten onrechte het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaarde omdat hij wel degelijk belanghebbende was. Daarnaast heeft de minister nagelaten de bezwaarschriften aan de bezwaaradviescommissie voor te leggen, wat in strijd is met de wettelijke bepalingen. Daarom vernietigt het Hof de eerdere uitspraak en verklaart het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk, terwijl de beroepen tegen de beschikkingen van de kinderen en echtgenote gegrond worden verklaard.
Ondanks de vernietiging van de beschikkingen laat het Hof de rechtsgevolgen van deze beschikkingen in stand, omdat de vreemdeling reeds langer dan drie jaar met een tijdelijke verblijfsvergunning in Aruba verbleef. Tevens veroordeelt het Hof de minister tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd, de beroepen tegen de echtgenote en minderjarige kinderen toegewezen, maar de rechtsgevolgen van de beschikkingen blijven in stand.