ECLI:NL:OGHNAA:2010:BN5949
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning en niet-ontvankelijkheid bezwaar
De vreemdeling heeft een verzoek om een vergunning tot tijdelijk verblijf ingediend, dat door de minister op 21 of 22 februari 2008 is afgewezen. Tegen deze beschikking maakten de vreemdeling, zijn partner en minderjarig kind bezwaar op 22 februari 2008. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar te laat was ingediend en omdat alleen de vreemdeling belanghebbende zou zijn.
Het Hof stelt vast dat de termijn voor het maken van bezwaar op 22 februari 2008 is aangevangen en dat het bezwaar op die dag is ingediend, waardoor het niet te laat was. Daarnaast oordeelt het Hof dat alleen de vreemdeling zelf belanghebbende is voor het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning, niet zijn partner of minderjarig kind.
Het Hof vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en draagt de minister op binnen zes weken alsnog op het bezwaar te beslissen. De overige onderdelen van het vonnis van het Gerecht worden bevestigd. Het griffierecht wordt teruggegeven aan de vreemdelingen.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en draagt de minister op alsnog te beschikken.