Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr 1951)
RAAD VAN BEROEP
[Verzoeker],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
wijsthet verzoek
af.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken waarin zijn bezwaren ongegrond werden verklaard. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening om een onverwijlde voorziening te treffen, gericht op uitbetaling van zijn bezoldiging en het toekennen van geneeskundige voorzieningen.
De voorzitter van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat hij bevoegd is om hierover te beslissen. De kern van het geschil betreft de vraag of verzoeker sinds 1 augustus 2011 als ambtenaar voor vijf jaar was aangesteld en of zijn aanstelling per 1 augustus 2016 rechtsgeldig is geëindigd.
Hoewel verzoeker een zwaarwegend financieel belang stelt, heeft hij onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens overgelegd om aan te tonen dat hij en zijn gezin door het niet ontvangen van bezoldiging en het ontbreken van medische verzekering in een acute financiële noodsituatie verkeren. Daarom is het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening niet aannemelijk gemaakt.
De voorzitter acht het belang van verzoeker bij de uitkomst van de bodemprocedure wel zwaarwegend en zal de zaak daarom agenderen voor de eerstvolgende zitting. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt uiteindelijk afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.