Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
IN AMBTENARENZAKEN
VAN CURAҪAO
DE REGERING VAN CURAҪAO,
[verzoekster]
Procesverloop
Overwegingen
.Ter zitting is die financiële noodsituatie, mede onder verwijzing naar de onder 1 bedoelde stukken, nader toegelicht.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoekster, adviseur consulent-C bij het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn van Curaçao, kreeg met ingang van 15 mei 2020 ontslag verleend door de Regering. Het Gerecht in ambtenarenzaken verklaarde het ontslagbesluit nietig en bepaalde dat de Regering proceskosten aan verzoekster moest vergoeden. De Regering stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Verzoekster vroeg om een voorlopige voorziening (vovo) om het salaris en emolumenten vanaf 15 mei 2021 doorbetaald te krijgen, vermeerderd met wettelijke rente, totdat het ontslag onherroepelijk is. Tevens verzocht zij vergoeding van additionele kosten en juridische bijstand. De voorzitter van de Raad nam het verzoek in behandeling en oordeelde dat het ontslagbesluit niet zonder meer houdbaar is, mede gelet op de financiële noodsituatie van verzoekster.
De voorzitter wees een beperkte financiële voorziening toe: betaling van 80% van het netto maandsalaris (NAf 3.600) per maand over de periode juni tot en met september 2022. Tevens werd de Regering veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van NAf 1.400. De voorzitter liet de inhoudelijke beoordeling van het ontslagbesluit aan de bodemprocedure over.
Uitkomst: De voorzitter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en beveelt doorbetaling van 80% van het netto salaris tot de bodemzaak is beslist.