ECLI:NL:ORBAACM:2021:28

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
7 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
AUA2019H00090
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 43 LaArtikel 45 LaArtikel 46 La
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken beschikking in ambtenarenzaak

Appellant verzocht om bevordering naar de rang van referendaris, maar dit verzoek werd bij beschikking van 21 maart 2018 afgewezen. Tegen deze beschikking maakte appellant bezwaar, maar overlegde niet de juiste beschikking die op hem was gericht. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens dit verzuim.

Appellant stelde in hoger beroep dat de niet-ontvankelijkverklaring na inhoudelijke behandeling niet meer mogelijk was en overlegde alsnog de juiste beschikking. De Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 46 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) het bezwaar zonder nader onderzoek niet-ontvankelijk verklaard kan worden als de juiste beschikking niet is overgelegd, ook na inhoudelijke behandeling.

De Raad concludeerde dat appellant het verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld en dat dit in hoger beroep niet meer mogelijk is. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 7 juli 2021
Zaaknummer: AUA2019H00090

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA

Op het hoger beroep van:

[appellant],

wonend in Aruba,
appellant,
gemachtigde: mr. P.M.E. Mohamed, advocaat,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
25 maart 2019, AUA201801684 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
appellant
en

de Gouverneur van Aruba,

geïntimeerde,
gemachtigde: mr. K. Veekmans, werkzaam bij het Departemento di Recurso Humano.

Procesverloop

Bij beschikking van 21 maart 2018 heeft geïntimeerde het verzoek van appellant om te worden bevorderd naar de rang van referendaris (schaal 12) afgewezen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellant tegen de bestreden beschikking gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.
Geïntimeerde heeft een contramemorie ingediend.
De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juni 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Op 4 februari 2019 is het bezwaar van appellant kennelijk gevoegd op zitting behandeld met de gelijkluidende bezwaren van zeven collega’s. Na de zitting is gebleken dat de door appellant overgelegde beschikking niet gericht was aan appellant, maar aan een van zijn collega’s. Het Gerecht heeft kennelijk na de zitting de acht zaken gesplitst en aan de gemachtigde van appellant verzocht alsnog de aan appellant gerichte beschikking over te leggen. Aan dat verzoek is geen gevolg gegeven.
2. Het Gerecht heeft bij de aangevallen uitspraak het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant niet binnen de daartoe bepaalde termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld.
3. Appellant heeft in hoger beroep alsnog de aan hem gerichte beschikking van
21 maart 2018 overgelegd en aangevoerd dat artikel 45 van Pro de La alleen ziet op de situatie voordat een inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. Het Gerecht had het bezwaar van appellant na de inhoudelijke behandeling niet meer niet-ontvankelijk mogen verklaren.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De artikelen 43, 45 en 46 van de La luiden als volgt:
“Artikel 43
1. Het bezwaar wordt ingebracht door het inzenden van een bezwaarschrift aan het gerecht.
2. Bij het bezwaarschrift wordt ten minste een afschrift daarvan overgelegd, alsmede, indien het bezwaar gericht is tegen een beschikking of schriftelijke weigering, een gewaarmerkt afschrift daarvan.
Artikel 45
De rechter wijst de inzender van een bezwaarschrift, die de voorschriften van de artikelen 43, tweede lid, of 44 niet in acht genomen heeft, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.
Artikel 46
1. Degene die niet binnen de door de rechter ingevolge het voorgaande artikel bepaalde termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld, kan, zonder dat een nader onderzoek vereist is, in zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard worden.
2. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken.”
4.2.
Artikel 46 van Pro de La beperkt de bevoegdheid van de ambtenarenrechter niet, maar breidt deze uit. De ambtenarenrechter kan ook zonder nader onderzoek het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren als een appellant de beschikking waartegen het bezwaar is gericht niet heeft overgelegd. De bevoegdheid om een bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de bestreden beschikking niet is overgelegd, vervalt niet als de zaak inhoudelijk is behandeld.
4.3.
Vaststaat dat appellant niet binnen de hem gegeven termijn een afschrift van de aan hem gerichte beschikking van 21 maart 2018 bij het Gerecht heeft overgelegd. Het door appellant in eerste aanleg gepleegde verzuim kan niet in hoger beroep worden hersteld.
4.4.
De slotsom luidt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Raad
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mrs. M.C. Bruning voorzitter, J. Sybesma en L.J.J. Rogier, leden, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.