ECLI:NL:ORBAACM:2021:30

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
7 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
AUA2019H00254
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 104 LaArt. 105 LaArt. 106 La
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring van hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden

Appellant heeft op 23 december 2019 een pro forma beroepschrift ingediend tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba van 25 november 2019, waarin de beroepsgronden ontbraken. De Raad heeft appellant bij brief van 8 juni 2020 verzocht binnen vier weken de gronden aan te vullen, maar appellant heeft hier geen gehoor aan gegeven en ook geen uitstel gevraagd.

Op grond van artikel 106, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenzaken (La) is het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling, omdat de voorzitter van de Raad appellant tijdig heeft gewezen op het verzuim en de mogelijkheid tot herstel heeft geboden.

De uitspraak is gedaan door de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 7 juli 2021, waarbij de leden Bruning, Sybesma en Hoefdraad het hoger beroep hebben verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA
Beschikking op het hoger beroep van:

de Gouverneur van Aruba,

appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba van
25 november 2019, AUA201901180 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
appellant,
gemachtigde: V.M. Emerencia (DWJZ)
en

[geïntimeerde],

geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D.G. Illes, advocaat

Procesverloop

Tegen de aangevallen uitspraak heeft appellant op 23 december 2019 hoger beroep ingesteld bij de Raad.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 104, eerste lid, aanhef en onder c, van de La houdt het beroepschrift de gronden in waarop het hoger beroep berust.
Op grond van artikel 105 wijst Pro de voorzitter van de Raad de inzender van een beroepschrift die de voorschriften van artikel 104 niet Pro in acht heeft genomen, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen.
Op grond van artikel 106, eerste lid, kan degene die niet binnen de door de voorzitter bepaalde termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld, zonder dat een nader onderzoek vereist is, door de Raad in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Appellant heeft op 23 december 2019 een zogeheten pro forma beroepschrift ingediend tegen de aangevallen uitspraak. Hierin ontbreken de gronden van het beroep. In het beroepschrift heeft appellant aangekondigd zo spoedig mogelijk de gronden in te dienen. Bij brief van 8 juni 2020 heeft de Raad appellant in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van de brief, dat wil zeggen voor 7 juli 2020, een aanvullend beroepschrift in te dienen.
3. Appellant heeft van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt en ook niet om uitstel verzocht. Gelet hierop zal de Raad toepassing geven aan artikel 106, eerste lid, van de La en het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaren.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Raad
verklaarthet hoger beroep
niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mrs. M.C. Bruning, voorzitter, en J. Sybesma en L.C. Hoefdraad, leden, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.