Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
Proces-verbaal
[Appellante]
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Beslissing
verklaarthet hoger beroep
niet-ontvankelijk.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante is door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met onmiddellijke ingang onvoorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim. Het Gerecht in Ambtenarenzaken van Bonaire, Sint Eustatius en Saba verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit ontslag ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van Beroep.
Tijdens de zitting op 10 december 2021 gaf appellante aan het ontslag te accepteren en geen terugkeer naar het Korps Politie Caribisch Nederland te wensen. Haar enige doel met het hoger beroep was het zuiveren van haar naam, onder meer door het beluisteren van geluidsopnames van verhoren die volgens haar niet overeenkomen met haar verklaringen.
De Raad overwoog dat het zuiveren van de naam een uitsluitend principieel belang is, wat volgens vaste rechtspraak geen procesbelang oplevert. Hierdoor ontbrak het appellante aan het noodzakelijke procesbelang voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.