ECLI:NL:ORBAACM:2022:15
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J. Sybesma
- P.J. Thijsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake schadevergoeding wegens uitblijven beslissing bevordering ambtenaar
Appellant, een ambtenaar, had in 1999 een verzoek ingediend om bevordering naar schaal 14, waarop nooit een beslissing is genomen. Na een verzoek in 2019 en een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken in 2020 die het bestuursorgaan opdroeg alsnog te beslissen, bleef een beslissing uit, waarna appellant een bezwaar indiende op grond van artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La).
Het Gerecht verklaarde dit bezwaar ongegrond omdat nog niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat appellant schade had geleden door het uitblijven van de beslissing. De Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat immateriële schadevergoeding alleen kan worden toegekend indien sprake is van ernstige inbreuk op persoonlijke levenssfeer of persoonlijkheidsrechten, wat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt.
De Raad wijst erop dat appellant weliswaar emotionele schade heeft gesteld, maar dit onvoldoende is voor vergoeding. Verder is het standpunt van geïntimeerde dat appellant geen belang meer heeft vanwege de inmiddels genomen beslissing verworpen, omdat de procedure op grond van artikel 96 La Pro een zelfstandig bijzonder geding betreft.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak terecht is en bevestigt deze zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen immateriële schadevergoeding toekomt wegens het uitblijven van een beslissing op zijn bevorderingsverzoek.