ECLI:NL:ORBAACM:2026:12

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
AUA2025H00024 en AUA2025H00087
Instantie
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsbesluit van 13 juli 2020Landsbesluit van 23 juli 2021Landsbesluit van 17 april 2023Landsbesluit van 14 augustus 2023Bezoldigingsregeling Aruba 1986
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van juiste inschaling en bevordering na reorganisatie Dienst Gevangeniswezen Aruba

De appellant werkte sinds 2017 bij de Dienst Gevangeniswezen Aruba en werd in 2020 in vaste dienst genomen als verpleegkundige in schaal 7. Na een reorganisatie van de DGWA werd zij in 2023 ingepast in schaal 8 en in 2023 bevorderd naar schaal 9. De appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat zij eerder had moeten worden bevorderd naar hogere schalen.

Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde de bezwaren ongegrond, stellende dat de inschaling en bevordering conform de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 waren en dat de besluiten formele rechtskracht bezaten. De appellant was het hier niet mee eens en stelde dat zij wel bezwaar kon maken tegen de inschaling bij indiensttreding en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een collega met een HBO-V diploma direct naar schaal 9 was bevorderd.

De Raad van Beroep oordeelde dat er geen sprake was van een evidente fout bij de inschaling en dat de formele rechtskracht van de eerdere besluiten niet doorbroken kon worden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de collega voldeed aan de anciënniteitseis die de appellant niet behaalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 9 februari 2026
Zaaknummers: AUA2025H00024 en AUA2025H00087

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA

Uitspraak

op het hoger beroep van:

[Appellante],

wonend in Aruba,
appellant ([appellante])
gemachtigde: mr. R.P. Lee, advocaat,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
30 januari 2025, AUA202302328 en AUA202303188 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Appellante]
en

de Gouverneur van Aruba,

geïntimeerde (hierna: de gouverneur),
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia.

Procesverloop

[Appellante] heeft hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 16 december 2025. [Appellante] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?
1.1. [
Appellante] werkte sinds 3 juli 2017 bij de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA). Bij landsbesluit van 13 juli 2020 is zij met ingang van 1 augustus 2018 in vaste dienst aangesteld in de functie van verpleegkundige, in de rang van verpleegkundige 1ste klasse (schaal 7, dienstjaar 6). Bij landsbesluit van 23 juli 2021 is zij met ingang van 1 augustus 2019 bevorderd naar de rang van hoofdverpleegkundige (schaal 8, dienstjaar 3).
1.2.
Na goedkeuring op 20 augustus 2019 van het formatierapport DGWA 2019 (formatierapport), is bij besluit van 1 november 2019 (de nieuwe organisatie van) de DGWA ingesteld. Op 18 mei 2021 is het besluit genomen de reorganisatie van DGWA met ingang van 1 januari 2021 te implementeren.
1.3.
Met het landsbesluit van 17 april 2023 (inpassingsbesluit) is [appellante] met ingang van 1 januari 2021 ingepast in de functie van inrichtingsverpleegkundige (schaal 8, dienstjaar 3).
1.4. [
Appellante] is bij landsbesluit van 14 augustus 2023 (bevorderingsbesluit) met ingang van 1 augustus 2022 bevorderd naar de rang van hoofdverpleegkundige 1ste klasse (schaal 9, dienstjaar 3).
1.5. [
Appellante] heeft tegen het inpassingsbesluit en tegen het bevorderingsbesluit bezwaar gemaakt.
1.6. [
Appellante] is op 30 april 2024 op eigen verzoek uit dienst getreden.
Wat is het oordeel van het Gerecht?
2. Het Gerecht heeft de bezwaren van [appellante] ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Gerecht, kort samengevat, het volgende overwogen.
2.1.
De kern van de bezwaren van [appellante] is dat zij het niet eens is met de inschaling in beide besluiten. Zij had eerder bevorderd moeten worden naar schaal 9 en dus ook naar schaal 10. [Appellante] heeft drie verschillende momenten genoemd waarop zij bevorderd had moeten worden naar schaal 9.
2.2.
Het Gerecht heeft vastgesteld dat de gouverneur [appellante] in het inpassingsbesluit terecht heeft ingeschaald in schaal 8 en bij het bevorderingsbesluit terecht heeft bevorderd naar schaal 9. Deze besluiten zijn conform de in de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (BRA) neergelegde bevorderingseisen.
2.3. [
Appellante] is het achteraf niet eens met haar inschaling bij indiensttreding. Zij heeft geen bezwaar gemaakt tegen het Landsbesluit van 13 juli 2020 waarin zij is benoemd in de rang van verpleegkundige 1ste klasse (schaal 7). Dat besluit heeft formele rechtskracht en [appellante] kan daartegen niet meer opkomen, ook niet in deze procedures.
2.4.
De gouverneur heeft terecht geweigerd [appellante] te bevorderen naar schaal 10. Gegeven de bevordering naar schaal 9 per 1 augustus 2022 zou gelet op de anciënniteitseis van vier jaar in schaal 9, zoals die volgt uit het BRA, een bevordering naar schaal 10 op zijn vroegst kunnen plaatsvinden per 1 augustus 2026, als [appellante] nog in dienst van DGWA zou zijn geweest.
W
at heeft [appellante] aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?
3.1. [
appellante] is het niet eens met de vaststelling dat zij in deze procedures geen bezwaar zou kunnen maken tegen de inschaling bij haar indiensttreding en beroept zich op eerdere rechtspraak van de Raad gepubliceerd onder nr. ECLI:NL:ORBAACM:2021:25.
3.2.
Verder beroept [appellante] zich op het gelijkheidsbeginsel. Haar collega [X] is net als zij in het bezit van een HBO-V diploma en is bij de inpassing in de nieuwe formatie wel direct bevorderd naar schaal 9.
Hoe oordeelt de Raad?
4.1.
Anders dan [appellante] meent kan uit de in 3.1 genoemde uitspraak niet worden opgemaakt dat bij elk besluit tot bevordering ook een oordeel gegeven kan worden over de inschaling bij indiensttreding. In de in 3.1 genoemde uitspraak was de specifieke situatie aan de orde dat tijdens die procedure de gouverneur erkende dat bij indiensttreding een evidente fout was gemaakt in de inschaling. Vervolgens is bezien op welke wijze deze fout kon worden hersteld. In de situatie van [appellante] is geen sprake van een erkenning door de gouverneur van een evidente fout in de inschaling gemaakt bij indiensttreding.
4.2.
Het Gerecht heeft op goede gronden vastgesteld dat het landsbesluit van 13 juli 2020, waarbij [appellante] in vaste dienst is aangesteld in schaal 7 formele rechtskracht heeft en stelt vast dat dat ook geldt voor het landsbesluit van 23 juli 2021, waarbij [appellante] met ingang van 1 augustus 2021 is bevorderd naar schaal 8. Tegen dit laatste besluit heeft [appellante] ook geen bezwaar gemaakt.
4.3.
Het beroep van [appellante] op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Collega [X] voldeed, anders dan [appellante], wel aan de anciënniteitseis om met ingang van de datum van inpassing te kunnen worden bevorderd naar schaal 9.

Conclusie

5.1.
De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.
5.2.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Raad
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.C. Bruning voorzitter, mr. A.H.M. van de Leur en
mr. J. Sybesma, leden, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.