Uitspraak
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
[Appellant],
30 juni 2025, met zaaknummer AUA202403067 (aangevallen uitspraak),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant is sinds 1989 ambtenaar en werkte tot 2014 bij de Directie Onderwijs. Na overplaatsing naar de Dienst Openbare Werken (DOW) werd hij technisch medewerker schilderen, maar kreeg hij onvoldoende beoordelingen en werd hij feitelijk ingezet als hulp van elektriciens.
De gouverneur besloot appellant met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 te ontheffen uit zijn functie als technisch medewerker schilderen en hem te plaatsen in een lagere functie van ondersteunend medewerker. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat de verkeerde wettelijke grondslag was gebruikt, onvoldoende rekening was gehouden met zijn ervaring en dat zijn rechtspositie verslechterde.
Het Gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de plaatsing een formalisering was van de feitelijke situatie en dat appellant niet in zijn belangen was geschaad. De Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, wijst het hoger beroep af en benadrukt dat de bevoegdheid van de gouverneur om appellant in een andere functie te plaatsen volgt uit artikel 53 van Pro de Landsverordening materieel ambtenarenrecht.
De Raad merkt op dat de overplaatsing eerder had moeten plaatsvinden, maar dat appellant door de plaatsing zijn schaal 4 behoudt en niet is benadeeld. Het verzoek om bevordering naar schaal 5 is terecht afgewezen omdat de functie van ondersteunend medewerker maximaal schaal 3 kent. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot ontheffing en plaatsing in een lagere functie met terugwerkende kracht wordt bevestigd.