Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende betwist de aanslag AOV/AWW over 2005 waarbij een premie-inkomensgrens van Afl. 49.296 is gehanteerd, terwijl hij meent dat de grens van Afl. 45.000 had moeten gelden. De verhoging van de premie-inkomensgrens was pas formeel vastgesteld bij een Landsbesluit van 24 november 2005, met terugwerkende kracht tot 1 januari 1996.
De Raad stelt vast dat de inhoudingsplichtigen gedurende 2005 al uitgingen van de hogere premiegrens, zoals ook vermeld in de loonbelastingpakketten. De terugwerkende kracht van het Landsbesluit is ingegeven door het herstellen van een juridische fout van de regelgever die abusievelijk de verhoging zonder formele besluiten toepaste.
De Raad toetst deze terugwerkende kracht aan artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM en het rechtszekerheidsbeginsel. Hierbij wordt geoordeeld dat geen buitensporige last voor belanghebbende ontstaat, mede omdat hij op de hoogte was van de voorgenomen verhoging en het nadeel beperkt is tot een relatief klein bedrag. Ook is de formele vaststelling van de verhoging geen schending van gerechtvaardigde verwachtingen.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de aanslag met de hogere premie-inkomensgrens in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met de hogere premie-inkomensgrens blijft gehandhaafd.