Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.De standpunten van partijen
5.Beoordeling van het geschil
12.798
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende was duurzaam gescheiden van zijn ex-echtgenote en betaalde alimentatie in contanten en door het dragen van hypotheekrente voor de gezamenlijke woning waar de ex-echtgenote bleef wonen. De Inspecteur betwistte de aftrekbaarheid van de hypotheekrente als alimentatie, stellende dat deze niet voortvloeit uit een juridisch afdwingbare verplichting en geen aftrekbare last vormt.
De Raad stelde vast dat de alimentatiebetalingen voortvloeiden uit een overeenkomst tussen partijen, bevestigd in de echtscheidingsbeschikking, en dat belanghebbende zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen tot het voorzien in het levensonderhoud van zijn ex-echtgenote. Daarom kwalificeerde de Raad de betalingen, inclusief de waarde van het verstrekte woongenot, als aftrekbare persoonlijke lasten.
Verder oordeelde de Raad dat het deel van het woongenot dat ten bate kwam van het minderjarige kind niet in mindering gebracht hoefde te worden, omdat de zorgplicht voor het kind apart werd voldaan. De Inspecteur mocht zich wel beroepen op interne compensatie voor een niet opgegeven loonbedrag. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beschikking en stelde het belastbaar inkomen vast op NAf. 278.086,00.
Uitkomst: De Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2006 tot een belastbaar inkomen van NAf. 278.086,00.