ECLI:NL:ORBBACM:2013:5
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- M.T. Boerlage
- G.J. van Muijen
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtsgeldigheid van aanslagen grondbelasting voor jaren 2005-2009
Belanghebbende, een N.V. gevestigd te Curaçao, verkreeg in 1998 een onroerende zaak en kreeg voor het eerst in 2010 aanslagen grondbelasting opgelegd voor de jaren 2005 tot en met 2009. Belanghebbende maakte tijdig bezwaar tegen deze aanslagen, die door de Inspecteur werden gehandhaafd. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de Raad van Beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aanslagen rechtsgeldig aan belanghebbende waren opgelegd, mede gezien het feit dat de aanslagen voor eerdere jaren niet aan belanghebbende waren opgelegd, maar aan de vorige eigenaar. De Raad analyseerde de toepasselijke artikelen van de Grondbelastingverordening (GB), met name de bepalingen over de belastingplichtige, de leggers en de bezwaartermijnen.
De Raad oordeelde dat aanslagen voor 2005 en 2007 terecht aan belanghebbende waren opgelegd, ondanks het late opleggen, omdat bezwaar tegen de eerste aanslag in een tijdvak mogelijk moet zijn. Voor de jaren 2006, 2008 en 2009 waren de bezwaarschriften echter niet-ontvankelijk omdat geen wijziging van de legger had plaatsgevonden en bezwaar alleen mogelijk is in het eerste jaar van het vijfjarige tijdvak of bij wijziging volgens artikel 24 GB Pro.
De Raad verwierp verder de stelling van belanghebbende dat de waarde van de onroerende zaak te hoog was vastgesteld en concludeerde dat het beroep ongegrond is voor 2005 en 2007 en gegrond voor 2006, 2008 en 2009, waarbij de bezwaren voor laatstgenoemde jaren niet-ontvankelijk worden verklaard.
Uitkomst: Beroep ongegrond voor 2005 en 2007, bezwaren niet-ontvankelijk verklaard voor 2006, 2008 en 2009.