Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ8699

Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Datum uitspraak
24 maart 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2003-204
Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Drop
  • Groeneveld
  • Overgaauw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16A LIB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling aan Stichting Studiefinanciering Curaçao kwalificeert als studiekosten in 1997

Belanghebbende, een piloot, volgde vanaf december 1990 een opleiding bij de Airline Training Foundation (ATF), waarvoor de Stichting Studiefinanciering Curaçao jaarlijks voorschotten betaalde. Door administratieve problemen bij ATF kon niet worden vastgesteld welk bedrag belanghebbende aan studiekosten verschuldigd was, ook niet na afronding van de opleiding in 1992.

Na een uitgebreid onderzoek door Deloitte & Touche werd vastgesteld dat de studiekosten Naf 55.000 bedroegen. De Stichting accepteerde aanvankelijk deze uitkomst niet, maar bracht in 1997 het bedrag in rekening bij belanghebbende met een korting van 30% bij contante betaling. Belanghebbende betaalde Naf 38.500.

De kern van het geschil was of deze betaling een aflossing van een lening betrof of daadwerkelijk studiekosten. De Raad oordeelde dat studiekosten alleen kunnen worden toegerekend vanaf het moment dat het bedrag vaststaat. Dit was in 1997 het geval, toen de Stichting de accountantsschatting accepteerde en het bedrag in rekening bracht.

De Raad verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en bepaalde dat het belastbaar inkomen verminderd moet worden met het betaalde bedrag aan studiekosten, rekening houdend met de geldende drempel in dat jaar.

Uitkomst: Betaling van Naf 38.500 aan de Stichting Studiefinanciering Curaçao wordt als studiekosten erkend, waardoor het belastbaar inkomen verminderd wordt.

Uitspraak

Beschikking van 24 maart 2006, nr. 2003-204.
DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,
1. Het procesverloop:
1.1 Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd. Bij beschikking op het tijdig ingediende bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende is daartegen tijdig in beroep gekomen. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.2 Ter zitting van 31 oktober 2005 te Willemstad zijn verschenen: de vader van belanghebbende als gemachtigde en de Inspecteur.
2. Geschil en standpunten van partijen:
Tussen partijen is nog in geschil het antwoord op de vraag of de Inspecteur terecht de betaling aan de Stichting Studiefinanciering Curaçao ad Naf 38.500 niet als studiekosten heeft aanvaard.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de Inspecteur bevestigend. Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken.
3. Beoordeling van het geschil:
3.1 Belanghebbende is piloot van beroep. Zijn opleiding ontving hij bij de Airline Training Foundation (ATF) vanaf december 1990. De Stichting Studiefinanciering Curaçao (hierna: de Stichting) betaalde aan ATF jaarlijks “studievoorschotten”. Belanghebbende heeft zelf tijdens zijn studietijd geen uitgaven ter zake van de studie gedaan.
3.2 Tijdens de opleiding kon door administratieve desorganisatie bij ATF niet worden vastgesteld welk bedrag belanghebbende voor de opleiding moest betalen. Ook na de voltooiing van de opleiding in 1992 was het niet mogelijk vast te stellen welk bedrag belanghebbende voor de opleiding moest betalen. Het accountantskantoor Deloitte & Touche heeft na langdurig onderzoek vastgesteld dat het voor opleiding verschuldigde bedrag Naf 55.000 beliep. Initieel weigerde de Stichting de uitkomsten van het accountantsonderzoek te aanvaarden. Uiteindelijk heeft zij in 1997 het door de accountant bepaalde bedrag aan belanghebbende in rekening gebracht, waarbij voor contante betaling een korting van 30% gold. Belanghebbende heeft zijn schuld aan de Stichting met een betaling van Naf 38.500 vereffend.
3.3 Als regel geldt dat studiekosten drukken in het jaar waarin zij betaald zijn, ongeacht of die betaling geschiedt uit eigen middelen of uit middelen die via een lening ter beschikking zijn gekomen. Ook rechtstreekse betaling van studiekosten door een financiële instelling aan de onderwijsinstelling, doet aan die regel geen afbreuk. Het moet echter wel gaan om betaling van de studiekosten zelve, dat wil zeggen van de kosten die door de belastingplichtige belopen zijn ter zake van de gevolgde studie. Als zodanig kan niet gelden het door een financiële instelling betalen van onbenoemde voorschotten aan de onderwijsinstelling op een wijze als gedaan door de Stichting, waarbij kennelijk geen duidelijk verband bestond tussen de door belanghebbende belopen studiekosten en de hoogte van de door de Stichting betaalde voorschotten. In dat geval kan eerst gesproken worden van betaling van studiekosten vanaf het moment dat die kosten tussen partijen vaststaan. Dat was het geval in 1997 toen de Stichting zich neerlegde bij de uitkomsten van het accountantsonderzoek, Naf 55.000 met de aan ATF betaalde onbenoemde voorschotten verrekende en aan belanghebbende Naf 55.000 in rekening bracht, met de mogelijkheid van volledige kwijting bij contante betaling van Naf 38.500.
3.4 Uit het voorgaande volgt dat het gelijk aan belanghebbende is.
4. Beslissing:
De Raad verklaart het beroep gegrond, het belastbaar inkomen, zoals vastgesteld bij de bestreden uitspraak, dient verminderd te worden ter zake van studiekosten met een bedrag van Naf 38.500, rekening houdende met de in het onderhavige jaar geldende drempel.
mrs. Drop, Groeneveld en Overgaauw