Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
Naf. 159
Naf. 6.894
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van buitengewone lasten wegens aflossing van de studielening van zijn dochter in 2012. De dochter had studiefinanciering genoten gedurende haar studie Notarieel Recht in Nederland van 2004 tot 2011. De aflossing van de lening bedroeg Naf. 13.319 (EUR 5.819,63) en werd deels opgevoerd als buitengewone last.
De Inspecteur corrigeerde deze aftrekpost, waarna belanghebbende bezwaar en beroep instelde. Het geschil betrof de vraag of de aflossing van de studielening in 2012 als buitengewone last in aanmerking komt volgens artikel 16A, lid 1, onderdeel e van de Landsverordening op de inkomstenbelasting (LIB).
Het Gerecht oordeelde dat studiekosten drukken in het jaar waarin zij worden betaald, maar dat dit niet geldt voor de aflossing van de lening zelf, omdat de studiekosten reeds in eerdere jaren op de dochter drukten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere acceptatie van aftrek in 2007 voor de zoon niet automatisch vertrouwen wekt voor 2012, en de toelichting bij het aangiftebiljet geen onjuiste informatie bevatte.
Daarmee werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2012 wordt gehandhaafd.