ECLI:NL:PHR:1979:AC6464
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van incidenteel hoger beroep en eisvermeerdering in civiele procedure
In deze civiele procedure staat de ontvankelijkheid van het incidenteel hoger beroep centraal, evenals de vraag of eisvermeerdering in hoger beroep is toegestaan. De werknemer, die sinds 1959 in dienst was bij British Caledonian Airways Ltd., werd in 1972 ontslagen. Hij stelde dat het ontslag nietig was en vorderde loonbetaling. British Caledonian betwistte dit en vorderde in reconventie terugbetaling van teveel betaald loon.
De Kantonrechter wees beide vorderingen toe. De werknemer ging in hoger beroep en vermeerderde zijn eis aanzienlijk. British Caledonian stelde incidenteel beroep in tegen het vonnis in conventie. De Rechtbank verklaarde de werknemer niet-ontvankelijk in zijn beroep voor zover het de conventie betrof en vernietigde het vonnis in reconventie, waarna het geding werd verwezen naar het Gerechtshof.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank ten onrechte de werknemer niet-ontvankelijk heeft verklaard en bevestigt dat incidenteel hoger beroep ook mogelijk is als het principaal beroep slechts betrekking heeft op de reconventie of conventie. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat eisvermeerdering in hoger beroep is toegestaan indien niet alle termijnen in eerste aanleg zijn begrepen. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het Gerechtshof voor verdere behandeling.