ECLI:NL:PHR:2006:AV0035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid koopovereenkomst woning ondanks geschil over handtekeningen en eiswijziging in hoger beroep
De zaak betreft een geschil over de totstandkoming en nakoming van een koopovereenkomst voor een woning te [plaats A]. Partijen, bestaande uit [eiseres] c.s. en [verweerder] c.s., voeren sinds 1994 een langdurige procedure over de verkoop van de woning voor ƒ 200.000,-. De rechtbank verklaarde dat partijen een koopovereenkomst hadden gesloten en veroordeelde [eiseres] c.s. tot medewerking aan de levering.
In hoger beroep werd onder meer betwist of de handtekeningen op de koopakte authentiek waren en of de koopovereenkomst op 7 maart 1994 tot stand was gekomen. Het hof oordeelde dat de handtekeningen naar voorlopig oordeel echt waren, mede op basis van een rapport van het Gerechtelijk Laboratorium, en bevestigde het bestaan van de koopovereenkomst. Tevens werd een eiswijziging van [verweerder] c.s. in appel als incidenteel appel gekwalificeerd, waarbij aan hoor en wederhoor was voldaan.
[ Eiseres ] stelde in cassatie dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had over eiswijzigingen in hoger beroep en dat het hof ten onrechte een nieuwe grief buiten beschouwing had gelaten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de eiswijziging als incidenteel appel had gezien en dat het hof de nieuwe grief terecht niet had toegelaten vanwege het ontbreken van ondubbelzinnige instemming van de wederpartij. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.