ECLI:NL:PHR:1980:AC6897
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van toekomstige en reeds ontstane mijnschade aan woonhuis
In deze zaak vordert de eigenaar van een woonhuis vergoeding van mijnschade veroorzaakt door ondergrondse ontginningen door Oranje Nassau Mijnen (ONM). Na een eerdere dading in 1956, waarbij reeds ontstane schade werd vergoed, stelt de eigenaar dat ook nieuwe schade en waardevermindering door toekomstige nawerking van de mijnexploitatie vergoed dienen te worden.
Deskundigenrapporten en het hof bevestigen dat na 1956 nieuwe degradaties en scheefstand zijn ontstaan als gevolg van de mijnactiviteiten, en dat de bodem nog niet tot rust is gekomen. De kosten voor herstel en extra onderhoud worden geraamd op f 20.000, terwijl de blijvende minderwaarde van het pand wordt geschat op f 150.000, vermeerderd met f 40.000 voor toekomstige risico's.
Het hof wijst de vordering grotendeels toe, inclusief vergoeding voor toekomstige schade, omdat een redelijke koper rekening houdt met het risico van nieuwe schade. De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen van ONM en bevestigt dat vergoeding van toekomstige mijnschade toewijsbaar is, en dat de wettelijke rente over het toegewezen bedrag terecht is toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van vergoeding voor zowel bestaande als toekomstige mijnschade aan het woonhuis.