ECLI:NL:HR:1980:AC6897
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Snijders
- Royer
- Martens
- de Groot
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van doorgaande mijnschade en toekomstige nawerking aan woonhuis
De zaak betreft een vordering van de eigenaar van een woonhuis tegen Oranje Nassau Mijnen wegens schade veroorzaakt door ondergrondse mijnbouwactiviteiten. Na een eerdere dading in 1956 over reeds ontstane schade, ontstond nieuwe schade na die datum. De eigenaar vordert vergoeding van herstelkosten, extra poetswerk en blijvende minderwaarde van het pand.
De Rechtbank stelde vast dat het oorzakelijk verband tussen de nieuwe schade en de mijnbouw niet was bewezen, maar het Hof oordeelde anders na uitgebreid deskundigenonderzoek. Het Hof veroordeelde Oranje Nassau Mijnen tot betaling van een aanzienlijk bedrag inclusief wettelijke rente, waarbij ook rekening werd gehouden met toekomstige schade door nawerking van de mijnbouw.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de schade voortvloeit uit de mijnontginning, dat toekomstige schade vergoed kan worden, en dat de toegewezen rente rechtens toelaatbaar is. Het beroep van Oranje Nassau Mijnen wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad tevens ingaat op de motivering en bewijsvoering rondom de deskundigenrapporten en de waardering van de schade.
Uitkomst: Oranje Nassau Mijnen wordt veroordeeld tot betaling van f 218.372,68 met wettelijke rente wegens blijvende en toekomstige mijnschade aan het woonhuis.