Conclusie
Korte beschrijving van de zaak.
Middel I; alternatieven.
Bij belangen- en behoeftenafweging krachtens art. 18, lid 2 sub d Huurwet is niet ter zake, zonder meer, dat ex-verhuurder nog een ander pand te zijner beschikking heeft’’.
hoedringend de noodzaak is: ‘’dringend’’ is een betrekkelijk begrip dat afgemeten moet worden aan de omstandigheden van het geval, waaronder de belangen en behoeften van de huurder; dat volgt ook rechtstreeks uit de formulering ‘’zo dringend .... dat’’. Nu kan naar mijn mening reeds de vraag, of de eigenaar de woning dringend nodig heeft, niet beantwoord worden zonder acht te slaan op de andere mogelijkheden die de eigenaar heeft, maar ook na de bevestigende beantwoording van die vraag moet vervolgens in de belangenafweging betrokken worden, hoe dringend de nood van de eigenaar is, en daarbij spelen de andere mogelijkheden die hij mocht hebben, wederom een rol.
Middel II; wetenschap bij aankoop.
Artikel 1623e, 5e al.):
Artikel 1623e, vijfde lid.
Middel III; komende draagkrachtvermindering huurder.
Middel IV; de beschikbaarheid van een andere woning.
kanverkrijgen. Dat moet betekenen, dat voor de huurder de mogelijkheid bestaat om er met de inspanning die redelijkerwijs verondersteld mag worden, in te slagen een passende woning te vinden (vergelijk Kantongerecht Bergen op Zoom 5 december 1979, De Praktijkgids 1980, blz. 72, nr. 1441; Rotterdam 25 november 1981, De praktijkgids 1982, blz. 194, nr 1745). Dit brengt mede, dat de rechter het bewijs geleverd kan achten, uitgaande van een veronderstelde redelijke inspanning van de huurder.
Conclusie.