Conclusie
Nr. 6951 request
Parket, 29 april 1986
moet die nadere vaststelling geschieden met als te handhaven uitgangspunt die (te) hoge aanvankelijke huurprijs?
woonruimtenaar aanleiding van een daartoe gedaan, op het toen geldende art. 1623d tweede lid BW berustende verzoek.
van rechtswegeverlengd tot 10 jaar. Bij
dieverlenging kan nadere huurprijsvaststelling plaatsvinden. Op de overeenkomst die voor tien jaar of langer is aangegaan is die bepaling niet van toepassing.
rechtbankvastgesteld dat zij had gesteld:
Tussenconclusie: tenzij bijzondere omstandigheden aan het licht treden die daartoe nopen zal HR 21 november 1980 van overeenkomstige toepassing zijn op de huurprijs van bedrijfsruimte nu art. 1623d lid 2 oud was gevormd naar het model van 1626 lid 3 BW oud en tussen die twee bepalingen ook in hun uitleg geen belangrijke discrepantie dient te bestaan.
niet meerovereenstemde met die van vergelijkbare woonruimte ter plaatse, veronderstelde dat een veranderingsproces dat begon met wèl vergelijkbaarheid en eindigde bij niet meer vergelijkbaarheid.
het meestvoorkomt. De wetgever, anders gezegd, heeft niet alle mogelijkheden, die hij onder de bepaling wilde laten vallen, voorzien en overzien.
niet meerovereenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte."
lageprijs had gehuurd.
feitelijkvan iets vergelijkbaars sprake is nu het betreft een overeenkomst van vijf jaar met een optie voor dezelfde tijd terwijl in de huurovereenkomst is geregeld, dat herziening van de huurprijs na afloop van de eerste vijf jaar op de in artikel 1 lid 3 van Pro de huurovereenkomst bepaalde wijze zal geschieden en dat de op deze wijze vast te stellen huurprijs niet lager zal mogen zijn dan die welke laatstelijk tussen partijen gold.
bij de Hoge Raad der Nederlanden,