Conclusie
De Vereniging van Nederlandse Landbouwluchtvaartbedrijven
Nederlandse Landbouwvliegers Vereniging
kenbare afwezigheid van willekeurkunnen zijn. De burger moet wel te weten kunnen komen, met welk doel (dus niet als daad van willekeur) een hem belastend besluit van algemene strekking tot stand is gebracht.
Art. 13 geeft Pro voorts voldoende mogelijkheden om bij de uitvoeringsvoorschriften nadere regelen te stellen. Indien een groter aantal bedrijven zich op de landbouwluchtvaart zou gaan toeleggen of om andere redenen het toezicht verscherpt zou moeten worden, zullen de ondergetekenden niet aarzelen van de in dit artikel geboden mogelijkheden een doeltreffend gebruik te maken.’’ [42]
onderdeel 1avan het incidentele middel geen doel treft.
Onderdeel 1bvan het middel zegt dat het indien de Bestrijdingsmiddelenwet al grondslag biedt voor het geven van voorschriften over het gebruik van bestrijdingsmiddelen d.m.v. luchtvaartuigen, deze voorschriften in geen geval bepaalde gebruiksvormen geheel mogen verbieden. Als zo'n verbod al niet opgesloten ligt in art. 4 onder Pro e van de a.m.v.b., dan is dat wel het geval voor het ministerieel besluit ter uitvoering daarvan. Dit laatste besluit zou dan hetzij in strijd met de wet, hetzij althans in strijd met de a.m.v.b. zijn.
zorgvuldigheidsbeginsel. Dit beginsel is in dit verband van procedurele aard. Het ziet op de wijze van totstandbrenging van een besluit. Wanneer ik de gedachtengang van het hof, zoals ik die begrijp, in mijn eigen woorden weergeef, dan luidt deze: wanneer de besluitgever bij het vaststellen van regels waarvan op voorhand duidelijk is dat zij bepaalde belangen zullen schaden, die schade niet afweegt tegen het voordeel dat hij met die regels beoogt te behalen, dan is het besluitvormingsproces onzorgvuldig.
er voorshands op lijktdat de minister (i.c. de staatssecretaris) zijn besluit niet op zorgvuldige wijze heeft vastgesteld. Wanneer het er voorshands op lijkt dat de besluitvorming niet zorgvuldig is geweest, laat dit de mogelijkheid open dat bij nader onderzoek blijkt dat toch de nodige zorgvuldigheid is betracht. In zo'n geval kan men niet van onmiskenbare onverbindendheid spreken.