Conclusie
Nr. 12.938
Zitting 10 april 1987
ontving.
d. [eiseres] te verbieden met betrekking tot leveranties of anderszins levering afhankelijk te stellen van betaling vooraf en de zogenaamde incasso-opdrachten niet eerder aan bankgirocentrale B.V. in te sturen dan vier dagen na facturering aan [verweerder] ;
e. [eiseres] te gebieden, zolang de rechtsverhouding tussen partijen in stand blijft, [verweerder] op gelijke voet als de andere exploitanten van Essostations te laten deelnemen aan verkoop bevorderende acties;
f. tot betaling van een dwangsom ten bedrage van f 100,000,-- voor ieder handelen of nalaten in strijd met het ten deze te wijzen vonnis of voor iedere dag gedurende welke wordt gehandeld of nagelaten in strijd met het ten deze te wijzen vonnis;
éénovereenkomst."
éénhuurcontract bestaat wordt de huur
verhoudingtussen partijen bepaald door een
aantalmet verschillende namen aangeduide overeenkomsten. Dat onttrekt die overeenkomsten niet aan de werkingssfeer van de bepaling. Zo heeft het hof het impliciet ook gezien toen het onder 4.2. overwoog:
dertiende griefbestrijdt [eiseres] de vaststelling dat in de jaren 1980 tot en met 1984 op [eiseres] een verplichting heeft gerust om aan [verweerder] 'negatief exploitatierecht" te betalen. [eiseres] bestrijdt echter niet dat zij in elk van die jaren telkens met [verweerder] is overeengekomen hem "negatief exploitatierecht" te betalen en dat in feite ook heeft betaald. Haar bezwaar houdt dus slechts in dat zij niet verplicht was om telkens aldus overeen te komen. Dat evenwel is van geen belang in dit geding."
ditgevorderde tegen de kans dat het –
zodaartoe grond zal blijken te zijn na een vrij imaginair bodemgeschil - terugbetaald moet worden, de weegschaal, naar het mij voorkomt, duidelijk doorslaan naar de kant van [verweerder] , mede in aanmerking genomen nogmaals, dat bij het gevorderde nodig beeft om:
bij de Hoge Raad der Nederlanden