Conclusie
( )’’ HR NJ 1980, 59 en voor de zinsnede ‘’terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven ( )’’ HR NJ 1981, 586.
sui generis(bijv. door ’t Hart en De Vries-Leemans in Honderd jaar Wetboek van Strafrecht, p. 291) of als een pseudo-daderschap (Van Veen in de Hulsmanbundel, p.178) wordt gekarakteriseerd. Het risico van deze benadering is dat aan het ‘’op de hoogte zijn’’ van de eigenaardige deelnemer, die de feitelijke leidinggever is, zodanige eisen worden gesteld, dat daardoor
- dat hij visitekaartjes van [A] had, waarop zijn, verzoekers, naam was gedrukt;
- dat hij iedere vrijdag op het kantoor van [A] kwam en dat hij een aantal malen ‘’de lonen’’ uitbetaalde;
- dat, toen na de aanvang van de bouw van woningen door [A] in Neuss-Roselle, BRD, bleek dat er te weinig mensen waren, verzoeker de directeur van [B] B.V. heeft gevraagd hoeveel mensen hij wilde hebben en dat verzoeker vervolgens, handelde onder de naam [A], 15 à 20 man in Neuss-Roselle te werk heeft gesteld;