Uitspraak
1.den
Procureur-Generaalbij het Gerechtshof te
Arnhem, en
2.
[requirant 2], geboren [geboortedatum] 1894 te [geboorteplaats], van beroep koopman en wonende te
[woonplaats], requiranten van cassatie tegen een arrest van de Economische Kamer van het Gerechtshof te
Arnhemvan den 30en Juni 1953, houdende in hoger beroep bevestiging — behalve ten aanzien van de motivering der verwerping van een gevoerd verweer, de bewezenverklaring, de qualificatie der feiten alsmede de straf en haar motivering — van een vonnis van de Economische Kamer van de Rechtbank te Arnhem van 2 Januari 1953, waarbij de requirant sub 2 wegens ‘’opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij het Deviezenbesluit 1945, meermalen gepleegd’’, onder aanhaling van de artikelen 7 en 21 van dat Deviezenbesluit, 1, 2 en 6 der Wet op de economische delicten en 23 en 91 van het Wetboek van Strafrecht is veroordeeld in een boete van ƒ. 250,-- subsidiair 10 dagen hechtenis, hebbende het Hof, onder toevoeging van de artikelen 56 en 62 van genoemd Wetboek, dien requirant wegens ‘’overtreding van een voorschrift, gesteld bij het Deviezenbesluit 1945, tweemalen gepleegd, telkens als voortgezette overtreding’’ veroordeeld tot twee geldboeten van respectievelijk ƒ. 1000,-- en ƒ. 4000,--, subsidiair 2 weken en 6 weken hechtenis;
Vrij;
Rotterdamopzettelijk uitvoerde;’’
hijheeft
ingevuld, heeft
doen toekomenen heeft uitgevoerd, laat staan dat hij die handelingen
opzettelijkverrichtte, doch dit verweer faalt, omdat, hetgeen in een eenmanszaak door ondergeschikten als [betrokkene 1] in hun dienstbetrekking ingevolge hun algemene opdracht in de sfeer van die zaak wordt verricht, geacht moet worden door de eigenaar van die eenmanszaak te zijn verricht;’’
hijheeft
ingevuld, heeft
doen toekomenen heeft
uitgevoerd, eveneens terecht door de Rechtbank is verworpen — behalve t.a.v. het opzettelijk handelen, waarop hieronder wordt teruggekomen — doch het Hof zich niet kan verenigen met de daarvoor gebezigde gronden;
verdachteheeft ingevuld, heeft doen toekomen en heeft uitgevoerd, daarbij verving door voornoemde andere;
strafrechtelijkeverantwoordelijkheid betreft;
Amsterdam, teneinde haar op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.