ECLI:NL:PHR:1987:AC9986
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onrechtmatige internationale inbeslagneming geld
In deze zaak heeft de rechtbank Breda het beklag van klager gegrond verklaard tegen het voortduren van een inbeslagneming van geld dat zich in een kluis bij een bank in België bevond. De rechtbank oordeelde dat de inbeslagneming onrechtmatig was omdat niet aan de voorwaarden van artikel 97 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) was voldaan en dat de officier van justitie geen bevoegdheid had tot inbeslagneming op grond van enig ander artikel.
De Hoge Raad stelt vast dat artikel 97 lid 1 Sv Pro ook van toepassing is wanneer de officier van justitie geen huiszoeking ter inbeslagneming verricht, maar via een verzoek om internationale rechtshulp (rogatoir verzoek) de inbeslagneming laat uitvoeren. Het Belgische recht is echter van toepassing op de rechtmatigheid van de inbeslagneming in België, conform artikel 44 van Pro het Beneluxverdrag inzake uitlevering en rechtshulp in strafzaken.
De Nederlandse rechter mag in beginsel niet toetsen of de Belgische autoriteiten hebben gehandeld volgens het Belgische recht, tenzij sprake is van strijd met de Nederlandse openbare orde, wat hier niet het geval is. De rechtbank heeft ten onrechte artikel 97 Sv Pro toegepast en mocht daarom niet de teruggave van het geld aan klager bevelen zonder vast te stellen dat de Belgische autoriteiten afstand hadden gedaan van het beslag.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug aan de rechtbank Breda voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug wegens onjuiste toepassing van artikel 97 Sv en internationale rechtshulpregels.