ECLI:NL:PHR:1990:12
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep verworpen in zaak valsheid in geschrift en uitgifte valse bankbiljetten
In deze zaak werd verdachte door het hof veroordeeld voor het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten en valsheid in geschrift. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatie in, waarbij twee middelen werden aangevoerd.
Het eerste middel betrof de kwalificatie van een verklaring als leugenachtig, terwijl een passage uit die verklaring door het hof als bewijs werd gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat een verklaring die als geheel onwaar is, toch onderdelen kan bevatten die waar zijn, en dat dit de bedriegelijkheid juist kan vergroten.
Het tweede middel betrof het niet in acht nemen van een buitenlandse straf bij de strafoplegging in Nederland, waarbij werd verwezen naar het toepassingsgebied van art. 63 Sr Pro en de samenloopregeling. De Hoge Raad oordeelde dat art. 63 Sr Pro niet van toepassing is wanneer de buitenlandse justitie betrokken is geweest bij de oude strafzaak, en dat de strafoplegging in Nederland hierdoor niet onjuist was.
De Hoge Raad verwierp de middelen en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het hofarrest met de veroordeling bleef in stand.