ECLI:NL:PHR:1990:AN1176
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperking privaatrechtelijke handhaving door gemeente bij verwijdering woonwagens en bedrijfswagens
De gemeente Helmond had een terrein bestemd voor kermisexploitanten waar eiseres zonder recht caravans en bedrijfswagens had geplaatst. De gemeente vorderde ontruiming via privaatrechtelijke weg, wat door rechtbank en hof werd toegewezen. Eiseres stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat de Woonwagenwet, met name art. 61, een uitputtende publiekrechtelijke regeling biedt voor het verwijderen van woonwagens, waardoor privaatrechtelijke handhaving door de overheid in dit kader niet is toegestaan. Dit exclusieve karakter geldt ook voor bedrijfswagens die onontbeerlijk zijn voor woonwagenbewoners, tenzij zij onevenredige hinder veroorzaken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere beoordeling, met richtlijnen over de toepassing van art. 61 op Pro bedrijfswagens. De gemeente werd veroordeeld in de cassatiekosten. Hiermee werd bevestigd dat de overheid niet langs privaatrechtelijke weg mag optreden indien de publiekrechtelijke regeling voorziet in een vergelijkbare en beschermde procedure.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en bevestigt exclusiviteit van publiekrechtelijke regeling voor ontruiming woonwagens en bedrijfswagens.