Conclusie
Middel Ikeert zich tegen r.o. 7 van het bestreden arrest en verwijt het hof een onjuiste opvatting van het begrip ‘’overmacht’’ als bedoeld in art. 31 lid 1 WVW Pro.
Middel IIkomt op tegen 's hofs oordeel inzake de schuldverdeling. Dat oordeel zou rechtens onjuist, onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd zijn, omdat het hof in zijn afweging niet heeft betrokken dat — kort gezegd — van [verweerster] als automobilist gevergd mocht worden dat zij haar rijgedrag aanpaste in verband met de mogelijkheid van, onverhoeds en op het laatste moment, overstekende voetgangers.
Middel IIIbestrijdt 's hofs oordeel inzake de schuldverdeling vanuit een andere invalshoek en betoogt dat het hof heeft miskend dat, gezien de extra risico's verbonden aan het gemotoriseerde verkeer en de — in het algemeen met toenemende onzekerheid en besluiteloosheid samenhangende — bijzondere kwetsbaarheid van bejaarde verkeersdeelnemers, deze verkeersdeelnemers van het gemotoriseerde verkeer aanzienlijk meer gevaar te duchten hebben dan andere volwassen verkeersdeelnemers, zodat, wanneer dergelijke gevaren zich realiseren, de billijkheid in beginsel eist dat de schade geheel of in overwegende mate ten laste komt van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer, die het gevaar in het leven heeft geroepen.
Middel IVnoemt 's hofs vaststelling, dat [betrokkene 1] van rechts naar links is overgestoken, onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd.
conclusietot verwerping van het beroep.