ECLI:NL:PHR:1994:13
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van inleidende dagvaarding wegens niet-naleving vormvereisten uitreiking
De zaak betreft de geldigheid van de betekening van een inleidende dagvaarding aan een verdachte in een strafzaak wegens rijden onder invloed. De dagvaarding was uitgereikt door een verbalisant, waarbij geen aparte akte van uitreiking was opgemaakt, maar een proces-verbaal (p-v) door twee politieambtenaren op ambtseed. Dit p-v vermeldde dat de dagvaarding in persoon was uitgereikt, maar bevatte niet het uur van uitreiking en was pas 13 dagen na uitreiking ondertekend.
Het hof had geoordeeld dat ondanks het ontbreken van een afzonderlijke akte van uitreiking, de strekking van artikel 589 Sv Pro was nageleefd en dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend. De Hoge Raad stelt echter dat het p-v dezelfde bewijskracht kan hebben als een akte van uitreiking, maar dat het ontbreken van het uur van uitreiking niet tot nietigheid hoeft te leiden. Wel is het feit dat het p-v niet terstond is ondertekend in strijd met artikel 589 lid 3 Sv Pro en leidt dit tot nietigheid van de dagvaarding.
De Hoge Raad concludeert dat de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is betekend en verklaart de inleidende dagvaarding nietig. Dit betekent dat het bestreden arrest wordt vernietigd, behalve voor zover het vonnis van de politierechter is vernietigd. De conclusie is dat de dagvaarding nietig is wegens niet-naleving van de vormvereisten, met name het late ondertekenen van het proces-verbaal.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens niet-naleving van de vormvereisten voor uitreiking.