Conclusie
Nr. 15.564
Zitting 25 november 1994
Onderdeel Avan het middel keert zich in vier subonderdelen met rechts- en motiveringsklachten tegen r.o. 5 en 6 van het bestreden arrest.
subonderdelen A.1 en A.2bestrijden het oordeel van het hof, dat derden het verleningsdossier niet behoeven te raadplegen en bij de uitleg van het octrooi te betrekken (r.o. 6 slot), als onjuist.
subonderdeel D.15als onbegrijpelijk bestreden, doch m.i. tevergeefs. Zie het in eerste aanleg door Ciba Geigy overgelegde verleningsdossier, met name ook het affadavit Singer d.d. 15 januari 1985, ingebracht bij brief van 20 augustus 1985 ("such solutions must be isotonic, that is have a salt content of about 0,9% ...), alsmede de brief van Ciba Geigy d.d. 2 oktober 1986 naar aanleiding van het bezwaar van Thilo d.d. 9 September 1986. Zie voorts het in eerste aanleg door Oté c.s . overgelegde oppositiedossier, met name ook de brief van Ciba Geigy d.d. 16 januari 1989, p. 21 en p. 22, alsmede de brief van Ciba Geigy d.d. 30 oktober 1990.
subonderdelen A.3 en A.4ten betoge dat het hof in r.o. 5 en 6 van zijn arrest niet of niet voldoende (begrijpelijk) heeft gereageerd op de stellingen van Ciba Geigy ter ondersteuning van haar standpunt dat - kort gezegd - met de bedoelde woorden in de hoofdconclusie van het octrooi functioneel niets anders bedoeld kan zijn dan dat er sprake moet zijn van een (zout-)oplossing die katalase bevat en isotoon is. Bovendien zou het hof deze stellingen ten onrechte hebben aangemerkt als "argumenten ontleend aan het verleningsdossier".
Onderdeel Bkeert zich in vier subonderdelen tegen r.o. 8 t/m 11 van het bestreden arrest.
subonderdeel B.5klaagt
subonderdeel B. 6dat de door het hof in r.o. 11 gebezigde motivering onbegrijpelijk is, nu deze motivering niet kan verklaren waarom in de hoofdconclusie niet dezelfde formulering is gekozen als in conclusie 2, namelijk een "ongeveer 0,8 tot 1,0-procents keukenzoutoplossing" en dus geen begrijpelijke weerlegging inhoudt van de door het hof in r.o. 5 als "argument (b)" aangeduide stelling van Ciba Geigy .
Subonderdeel B.7keert zich tegen r.o. 8. Het subonderdeel leest in deze rechtsoverweging dat het hof heeft geoordeeld dat de octrooihouder tijdens de verleningsprocedure heeft afgezien van een uitvoeringsvariant, waarin zich wel katalase, maar geen 0,9%, doch minder, keukenzout bevindt, en noemt dit oordeel rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk.
Subonderdeel B.8richt zich met een motiveringsklacht tegen r.o. 9 en 10. Het subonderdeel acht de door het hof in deze rechtsoverwegingen gevolgde gedachtengang onvoldoende begrijpelijk.
Onderdeel Cklaagt dat het hof bij de beoordeling van de inbreukvraag heeft nagelaten vast te stellen waarin naar het wezen van de zaak de geoctrooieerde uitvinding bestaat (subonderdeel C.9) en, subsidiair, voor zover aangenomen zou moeten worden dat het hof de inbreukvraag wel aan de hand van dit criterium heeft beoordeeld, dat het hof dan onbegrijpelijk heeft beslist (subonderdelen C.10-12).
subonderdeel C.9faalt. Het hof heeft in r.o. 11 van zijn arrest onderzocht op welk inzicht, voor de gemiddelde vakman die de beschrijving van het octrooi leest, de door de geoctrooieerde uitvinding geboden probleemoplossing berust en wat daaraan "verrassend" geacht dient te worden. Aldus heeft het hof, zonder overigens de leer van het wezen van de uitvinding te noemen, deze leer kennelijk toegepast en dus de juiste maatstaf aangelegd bij de uitleg van het octrooi.
subonderdeel C.10berust m.i. op een verkeerde lezing van r.o. 11 van het bestreden arrest. Het hof heeft met de overweging dat "inzicht (a) het geschil van partijen niet (raakt)" kennelijk slechts tot uitdrukking willen brengen dat tussen partijen in confesso is dat enkel de toepassing van katalase, dus ongeacht de vraag naar het isotone karakter van de zoutoplossing, buiten de beschermingsomvang van het octrooi valt.
subonderdeel C.11zal niet kunnen slagen. De omstandigheid dat op grond van dezelfde "inzichten", welke het hof aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd, ook een ander oordeel denkbaar is, maakt het oordeel van het hof op zichzelf nog niet onbegrijpelijk.
subonderdeel C.12moeten treffen. 's Hofs oordeel berust op uitleg van de beschrijving van het octrooi en is dus feitelijk van karakter. Dit oordeel kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden met de stelling dat ook een andere uitleg denkbaar is of zelfs meer voor de hand ligt.
Onderdeel Dkeert zich in vier subonderdelen tegen r.o. 13 van het bestreden arrest.
subonderdeel D.15betreft, verwijs ik naar hetgeen hierboven onder 17 is opgemerkt. Het onderdeel zal voor het overige reeds wegens gebrek aan belang moeten falen, nu het hof deze overweging ten overvloede heeft gegeven en de (andere) gronden waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd in cassatie stand kunnen houden.
Onderdeel Eis gericht tegen r.o. 14 van
'shofs arrest en strekt ten betoge dat het hof onjuist dan wel onbegrijpelijk heeft beslist door aan het door Ciba Geigy verzochte (voorlopig) deskundigenbericht geen gevolg te geven.
conclusiestrekt tot verwerping van het beroep.