ECLI:NL:PHR:1994:31
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rijden onder invloed ondanks defect ademanalyseapparaat
De zaak betreft een veroordeling voor rijden onder invloed op grond van artikel 26, tweede lid, onder b, van de Wegenverkeerswet. Het hof had de veroordeling gebaseerd op een bloedproef, ondanks dat het ademanalyseapparaat defect was en het onderzoek naar het ademalcoholgehalte niet kon worden voltooid.
De verdachte stelde in cassatie dat de bloedproef niet had mogen worden afgenomen omdat niet was voldaan aan de vereiste voorafgaande ademonderzoek binnen de wettelijke 20-minutentermijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat het defect aan het ademanalyseapparaat maakte dat het onderzoek niet kon worden voltooid, waardoor de verdachte niet in een wettelijk beschermd belang was geschaad.
De Hoge Raad verwees naar de wetsgeschiedenis en toelichtingen bij de Wegenverkeerswet en het Besluit alcoholonderzoeken, waarin is voorzien in de mogelijkheid van bloedonderzoek als het ademonderzoek niet kan worden voltooid. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de rechtmatigheid van het gebruik van de bloedproef als bewijs. Hierdoor bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling op basis van bloedonderzoek ondanks defect aan het ademanalyseapparaat.