ECLI:NL:PHR:1994:32
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt poging tot oplichting bij tanken zonder betaling met niet-eigen creditcard
In deze zaak stond de vraag centraal of het handelen van verdachte, die bij een tankstation probeerde te betalen met een creditcard die niet op zijn naam stond en vervolgens met getankte benzine zonder betaling wegreed, kan worden aangemerkt als poging tot oplichting of als voltooid delict.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat sprake is van een voltooid delict. Het hof had de term 'afgifte' in de bewezenverklaring zodanig uitgelegd dat deze betekende dat verdachte werd toegelaten om de benzine weg te nemen, hetgeen niet strijdig is met de bewoording en strekking van de wettelijke tekst. De Hoge Raad verbeterde de bewezenverklaring door de verwijzing naar de benzine te schrappen, waarmee het middel van verdachte werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de manipulatie met de creditcard vaststaat en dat het schrappen van de benzine uit de bewezenverklaring niets afdoet aan de ernst van het verwijt. Hiermee werd het beroep van verdachte verworpen en bleef de bewezenverklaring van poging tot oplichting gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het handelen van verdachte een poging tot oplichting betreft en verwerpt het beroep.