ECLI:NL:PHR:1995:32
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelating tot pleidooi in hoger beroep ondanks niet dienen van memorie van antwoord
In deze zaak staat centraal de vraag of een geïntimeerde die in hoger beroep geen memorie van antwoord heeft genomen, toch recht heeft op pleidooi. De kantonrechter had het verzoek van eiser om pleidooi toe te laten afgewezen omdat eiser niet van antwoord had geconcludeerd, wat volgens de rechtbank niet voldeed aan de vereiste van het 'wisselen der conclusies' op grond van art. 144 Rv Pro.
Eiser kwam hiertegen in cassatie met meerdere middelen, waarbij onder meer werd betoogd dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat pleidooi slechts kan plaatsvinden na het dienen van een memorie van antwoord. De Hoge Raad bevestigde dat art. 144 Rv Pro onverkort geldt in hoger beroep, maar nuanceerde de toepassing ervan door te stellen dat een geïntimeerde ook zonder memorie van antwoord een standpunt kan innemen dat de appelrechter ambtshalve moet betrekken bij zijn oordeel.
De Hoge Raad benadrukte de bijzondere werking van het hoger beroep, waarbij de appelrechter gebonden is aan de grieven van de appellant, maar de geïntimeerde een bredere mogelijkheid heeft om zijn standpunt te wijzigen of aan te vullen tot en met het pleidooi. Het recht op pleidooi is een essentieel mondeling element in de procedure en mag niet zonder meer worden geweigerd, ook niet als de wederpartij geen bezwaar maakt. Alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals misbruik van recht, kan het verzoek worden afgewezen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde de geldende procesrechtelijke regels en gaf een uitgebreide toelichting op de verhouding tussen art. 144 Rv Pro, de devolutieve werking van het hoger beroep en het recht op een mondelinge behandeling conform art. 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; een geïntimeerde heeft ook zonder memorie van antwoord recht op pleidooi, tenzij sprake is van misbruik van recht.