ECLI:NL:PHR:1995:AA3051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de foutenleer bij herstel van fiscale balansfouten in vennootschapsbelasting
Deze zaak betreft een cassatieberoep van X B.V. tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam inzake de waardering van een huurkoopvordering in de vennootschapsbelasting 1981. De belanghebbende had haar onderneming verkocht en het fabriekscomplex in huurkoop overgedragen aan een b.v. in oprichting, waarbij de huurkoopvordering een nominale waarde had van ƒ 918.500,- maar door de inspecteur contant werd gewaardeerd op ƒ 202.284,-. Dit leidde tot een te lage winstberekening in 1981.
Het hof stelde vast dat sprake was van een fout in de waardering van de huurkoopvordering, kwalificeerde deze als een fout in de zin van de foutenleer en bevestigde dat het onbelast gebleven bedrag in het oudste openstaande jaar (1985) alsnog belast mocht worden. De belanghebbende voerde aan dat de foutenleer niet van toepassing was en dat de waardering op nominale waarde had moeten plaatsvinden vanaf 1982.
De Hoge Raad oordeelde dat de foutenleer ziet op rechtens onjuiste waarderingen op fiscale balansen die niet meer kunnen worden hersteld via navordering of bezwaar, en dat deze leer niet in strijd is met de Grondwet, met name artikel 104. De leer is essentieel voor het beginsel van balanscontinuïteit, dat vereist dat het vermogen aan het begin van een jaar gelijk is aan dat aan het einde van het voorgaande jaar. Incidentele fouten die geen invloed hebben op de balanswaardering vallen niet onder de foutenleer en dienen via navordering te worden hersteld.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat beide middelen van cassatie ongegrond zijn en het beroep moet worden verworpen. De uitspraak bevestigt de toepassing van de foutenleer bij fiscale fouten die doorwerken in meerdere jaren en benadrukt dat deze leer niet strijdig is met wettelijke en grondwettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de toepassing van de foutenleer bevestigd.